Zoek
 
Sluiten
INDISCHE ENCYCLOPEDIE
Indopedia
INDOPEDIA
De Indische Encyclopedie
 

Index encyclopedie

Recepten, Gerechten

Djamu (Jamu) - medicinale kruiden , planten en vruchten. Ziekten & Kwalen

Indische Boekrecensies

Verhalen

Bladmuziek Krontjong

Bezoekers vanaf jun. '09

 17958775 Bezoekers

 52 Bezoekers online

rss Deze artikelen zijn ook met een RSS reader te lezen. :
https://www.indopedia.nl/data/nl-articles.xml

Hoe het begon - deel 3

23-4-1942.

Vanochtend zijn we er vroeg heen gegaan. Niet mevrouw Stevels, maar oom Ot ging mee. Dat was beter ook. Op Immanuel hebben we nog geholpen met inpakken. Om 10 uur Nippontijd zouden de Jappen komen, dus om half 9 onze tijd. Om half 9 waren alle doktoren bij het antiopiumpaviljoen. Ongeveer een kwartier later kwamen er 4 kleine Japjes op 4 kleine fietsjes en er klonk: ”Wo, wo ,woa!” en nog meer onverstaanbaars. De 6 doktoren werden betast, of ze geen wapens bij zich hadden. Daarna werd hun bagage onderzocht. Ze haalden bij pappie een zakmes uit zijn zak, maar hij mocht het houden. Alle bagage ging in 2 sadotjes,1 maar alle doktoren moesten lopen. Eén van de Jappen richtte zijn pistool op een mantri2 om hem bang te maken. Een ander aaide Heleen over haar hoofd, dat ze gauw terugtrok. Friso had een busje, waar chloorkalk in gezeten had. Eén van de Jappen maakte het wantrouwend open, maar er zat niets in. Wat keek hij op zijn neus!

Om 9 uur vertrokken ze. We hadden stilletjes afgesproken, dat Zeger Bonebakker er achter aan zou gaan om te kijken, waar ze heen gingen. Om 11 uur kwam hij moe en warm thuis en vertelde, dat ze naar de Kampementstraat waren in het oosten van Bandoeng. Maar 's avonds belde meneer Stevels op en even daarna: pappie! Dus ze waren in het Opvoedingsgesticht beland. Leuk dat ze bij elkaar zitten en af en toe kunnen opbellen.

26-4-1942.

Vandaag is het Zondag en we zijn vanmorgen naar de kerk geweest. Er was een jeugddienst en ds. Oberman, een jonge dominee, preekte. Hij had het er over, dat wij kinderen het zout der aarde zijn. Na de dienst ben ik met Richt naar huis gegaan. Toen we een poosje thuis waren, hoorde we ineens: “Boem! Boem! Boem! Boem!”

Het was of ze aan het schieten of bombarderen waren. We holden naar buiten, maar er gebeurde niets helaas.

De berichten over de geboorte van een prins worden hoe langer hoe minder waar. Er wordt al gezegd, dat Tokio dat bericht verspreid heeft. Eén van de soldaten schreef aan zijn vrouw: “Leuk dat de sinaasappel (Oranje) weer een klein vruchtje heeft. Ik vind de kleur van de sinaasappels zo mooi tussen al die bessenstruiken.”
Gisterochtend belde pappie op en vertelde ons, dat alles goed ging. Opeens brak meneer Stevels af met een: “Nu is het uit.” Hij groette zijn vrouw nog even en belde af. Even later belde hij weer op en zei, dat de oorzaak van het afbreken was, dat het “zonnetje” naar binnen scheen.

Van de soldaten worden alle hoofden kaalgeknipt om te voorkomen dat ze weglopen. (de officieren gelukkig niet!). Net “bazuinengeltjes” vond één van de soldaten.

Alle Nederlandse vlaggen en platen van de koninklijke familie moeten ingeleverd worden, maar dat doe ik niet, hoor. Veel te jammer!

Mevrouw Buziot, een kennis van mevrouw Stevels, wacht op een kindje. De ooie vaar is misschien ook geïnterneerd, dat hij zo laat komt.

Tante Nine en oom Ot hebben een poosje geleden Ot in Tjimahi kunnen opzoeken, wat ze erg fijn vonden.

De avondklok is nu op half 10 gesteld. Op 27, 28 en 29 April moeten we weer die rotte Jap vlag uithangen aan een zwart-witte stok. Wij gebruiken onze ragebolstok weer.

Laatst fietste ik langs het Julianaziekenhuis. Daar waren een paar Jappen aan het fotograferen. Ik was al bijna voorbij, toen ik opeens “Non, non”, hoorde roepen. Maar ik ben verder gereden, alsof ik nergens van wist. Roelie maakte vanmorgen een lange neus tegen een Jap. Hij begreep dat niet en salueerde terug. Wat hebben we daarom gelachen!.

---------------------------------------------------------------------------

       1. Rijtuigje, waarin de passagiers rug aan rug, ‘dos à dos’ zaten. 2 Verpleegkundige

---------------------------------------------------------------------------

28-4-1942.

Vandaag is het de eerste van de drie dagen, dat we voor de verjaardag van de Japanse keizer moeten vlaggen. Onze vlag staat voor in de bougainville.

Toen tante Willy en oom Guus Giese Koch nog hier waren, hebben we 6 kippetjes gekocht om op te fokken. Twee gingen er direct dood en de derde hebben we vandaag opgegeten. Nu zijn er nog drie over. Onze grijze poes heeft deze week drie keer moeten paren. Eén keer met Trix van de Bruggen en één keer met Billy van de Bone bakkers.
Van de komst van een prinsje geloof ik niets meer.

Onze baboe1 is net naar de stad geweest en zei, dat het nu lang niet zo’n ramèh2 was, als toen de Koningin of de Prinses jarig was. De straten waren stil, je zag er alleen maar Jappen. Ik krijg nu les in het rolschaatsen van Henny Ensering, de zus van Rietje. Ik hoop, dat het gauw gaat regenen, dan lopen er veel vlaggen door en gaat het Japanse feest niet door.

De ooievaar is nog niet aangekomen bij mevrouw Buziot.

3-5-1942.

Vandaag is tante Marie Smalbraak jarig. Hoe zou het met haar gaan?
Mam en mevrouw Stevels gaan nu om de beurt naar het kamp aan de Daendelsstraat. Tot nu toe ben ik meegeweest. Eergisteren ging ik met mevrouw Stevels mee en trof een groep soldaten, waar toevallig ook meneer Stevels bij was. Wat was ze blij! Hij ook trouwens.Tevoren hadden we een groot stuk tabak van oom Guus gekocht, dat in kleine stukjes gedaan en hier en daar op straat gelegd op hun route. Alles werd opgeraapt. We konden zelfs af en toe even met ze praten. Pappie was binnen en hij maakt het goed. Ze hadden platte karren bij zich om manden eten te fourageren. Gisteren en vandaag waren er geen bekenden bij, maar aan de vuilnismensen hebben we nog wat mee kunnen geven. Gisteren hebben we pappie’s bril mee kunnen geven. Een poosje daarna hoorden we het Bosman fluitje . We keken naar het gebouw en bij het dertiende raam zagen we een hand wuiven. Wij zwaaiden hevig terug! Vandaag werd daar ook gewuifd, maar we wisten niet door wie. Onder de vuilnismensen zijn ook Aussies3. Ze komen het laatst en zijn half naakt. Maar het zijn zulke grappenmakers.

Ik heb hun ook twee stukken goela-djawa4 gegeven. Kapitein Willing, de man die de soldaten telkens begeleid, is erg aardig. Hij zei, dat als hij morgen dezelfde wacht had, wij veel kans zouden hebben onze pakjes af te geven en dat we goede moed moesten houden.

Gistermorgen rolschaatste ik weer met Henny vlak bij de Jappenschool. Plof....daar zat ik. Een rolschaats was losgegaan. Henny kwam al naar me toe met de sleutel en ik strompelde naar haar toe. Opeens riep een Jap ons en hij wees op zijn kiektoestel, met de bedoeling ons te kieken. Maar ik wees op de rolschaats, die Henny aan het vastbinden was en toen bleef hij aan de kant staan wachten. We zijn toen toch naar de andere kant gegaan.Wat zal hij op zijn neus gekeken hebben!

6-5-1942.

Vandaag is tante Emy jarig. Wel gefeliciteerd Krijgertjes!

---------------------------------------------------------------------------

  1. vrouwelijke bediende.
  2. gezellige en lawaaiïge drukte
  3. Australiërs
  4. Javaanse bruine suiker, bestaande uit losse stukken

---------------------------------------------------------------------------

De vorige keer ben ik vergeten te vertellen, dat wij hier ook bezoek hebben gehad van de Jappen. Er stopte een vrachtauto vol met die gelen voor ons huis en ze stapten uit. Ik zat in de zitkamer en dacht: “Zouden ze nou hier komen of niet?” en ja hoor, een stuk of negen kwamen hier binnen en de rest ging gelukkig aan de overkant naar binnen. Ik riep mevrouw Stevels en vroeg aan de Jappen: “Mau apa? 1” Ze zeiden: “Mau doedoek2”. Maar intussen liepen er een paar slimmerds naar de achterdeur, kwamen de achtergalerij binnen en ploften neer. Weldra volgde de rest. Dus zo zaten we opeens met 9 Jappen in onze maag en mam was niet thuis. Ik herhaalde mijn vraag nog eens en toen vroegen ze om: “Es, ès!3” Ze bedoelden zeker ijs.We gaven hen wat ijswater en toen bleven ze rustig wat kwekken. Ze aaiden de poezen een beetje, maar die waren er niet erg van gediend. Oom Ot was erg bezorgd om ons, maar er was niets om bezorgd om te zijn. We hebben in het achterhuis gegeten. Mam schrok gelukkig ook niet zo erg, toen ze het hoorde. Om half vier hoepelden de luitjes weer op met een vriendelijk: “Trima kasi4” en met achterlating van een heleboel as en een vreselijke stank.

Eergisteren waren Henny, Rietje en ik (Roelie was net naar huis) weer voor Pasteur aan het rolschaatsen, toen er opeens een Jap (een hoge meneer met drie strepen en drie sterren) voor de 3e keer op ons af kwam. “Drie keer is scheepsrecht,” dacht ik, “Nu doet hij het beslist.” Hij vroeg het ons eerst wel, maar toen we ons terugtrokken, kiekte hij eerst Rietje, die op de grond tegen een boom geleund zat. Hij kiekte haar net toen ze een lange neus tegen hem maakte, waar wij veel plezier om hadden. Toen kwamen Henny en ik aan de beurt. Misschien heeft hij mij gekiekt toen ik de weg over stak. Maar intussen waren er nog een paar Jappen bij gekomen en werden we brutaalweg samen met 3 Jappen gekiekt. Brr... We hebben het maar toege staan, anders zouden ze de volgende keer weer terugkomen. Toen verdwenen ze gelukkig. Thuis hebben we het niet aan de kleintjes verteld, want die vertellen het misschien weer door.

Die middag ben ik met mam naar het mannenkamp geweest, maar geen bekende gezien. Er was een snertwacht bij de vuilnismensen, zodat we niets konden afgeven. Een mevrouw riep haar man goedendag en werd door de Jap weggejaagd. Bij de Aussies was dezelfde rotvent en gisteren ook weer. Een leuke Aussie lachte tegen een meisje en wilde een grapje tegen de wacht maken. Maar wat deed die poepvent? Hij gaf de Aussie een klap in zijn gezicht en joeg het meisje weg. De Aussie zette een zielig gezicht, omdat hij niets terug mocht doen. We hadden allemaal medelijden met hem.

Gisteren was ik net bezig de was op te hangen, toen...hiep, hiep, hoera! daar was pappie! Wat waren we blij! Mam vooral! De zes doktoren van Immanuel waren vrij gekomen. Wel zielig voor de anderen, die moesten blijven. Fijn, pappie weer thuis!

Hij was helemaal kaal geknipt, maar dat groeit wel weer aan. In het kamp was alles goed gegaan. Genoeg te eten? Ja, maar steeds rijst met soep en soep met rijst. 's Morgens alleen een boterham met jam. De stemming was er best. Gistermiddag ben ik meegeweest met mevrouw Stevels. Net was meneer Stevels buiten aan het plaggen halen. Met angst in ons hart hebben we drie pakjes kunnen doorgeven. Toen ze weggingen riepen ze ons toe: ”De mazzel en de goochem5”, wat volgens me vrouw Stevels betekent: “Geluk en voorspoed”.
Gelukkig heeft pappie zijn snor afgeschoren. Daar komt hij net thuis!

---------------------------------------------------------------------------

  1. Wat wilt u?
  2. We willen even zitten
  3. IJs
  4. Dank u wel.
  5. Letterlijk ‘de voorspoed en de wijsheid.’ Een misverstane wens van het Jiddische ‘brooche’, dat ‘zegen’ bete-kent. Het zou dus ‘geluk en voorspoed’ moeten zijn

---------------------------------------------------------------------------


Creatie datum: 06/02/2017 10:21
Categorie: - Bosman, Anneke
Pagina gelezen 5795 keren


Reacties op dit artikel

Er heeft nog niemand gereageerd.

Nieuws van den dag uit het voormalig Nederlandsch-Indië