Zoek
 
Sluiten
INDISCHE ENCYCLOPEDIE
Indopedia
INDOPEDIA
De Indische Encyclopedie
 

Index encyclopedie

Recepten, Gerechten

Djamu (Jamu) - medicinale kruiden , planten en vruchten. Ziekten & Kwalen

Indische Boekrecensies

Verhalen

Bladmuziek Krontjong

Bezoekers vanaf jun. '09

 17895565 Bezoekers

 1 Bezoeker online

rss Deze artikelen zijn ook met een RSS reader te lezen. :
https://www.indopedia.nl/data/nl-articles.xml

Hoe het begon - deel 6

Van het laboe-ajerrek is een heel stuk afgehaald, zodat je er nu langs kunt lopen.

Ik kan me in deze tijd soms zo gelukkig en tevreden voelen, omdat ik alles nog heb, niet ziek ben en om een heleboel dingen meer.

13-9-1942

Ik heb een hele tijd niets verteld. Intussen ben ik weer ziek geweest met hoge koorts, waarna ik me lang heel slap voelde. Daarna is Roelie even ziek geweest. Toen vo lgde Janneke en nu is pappie aan de beurt. Gelukkig knapt hij al weer wat op en gaat hij 's morgens in de tuin van tante Nine en oom Ot liggen, want daar is het lekker rustig. Door de zon is hij nogal ver-brand en daarom ziet hij er gezond uit.
Er wordt al een poos lang eten door ons gebracht aan de mensen van Bronbeek. Eerst hielpen er ook nog drie Indische jongens mee, maar nadat er een put met wapens ontdekt is (zo luidt het gerucht), kwamen er een paar agenten bij de uitgang staan en de jongens mochten er niet meer door. Bronbeek is eigenlijk een klein dorpje op zich zelf. Het bestaat uit drie delen: Het gewone Bronbeek, het Indisch Bronbeek en de ouden van dagen. Ik heb drie dagen in de week dienst. De mensen zijn altijd erg blij als je komt. Ze krijgen rijst, suiker, katjang-idjomeel1, koffie, zeep, vet en soms nog wat. Hierbij een paar van hun namen: Bloemhof, Manders, Tjowa (een blinde familie), Henke, Groot-Oonk, Boerigter, Wolters, Thomas, Knuifer en de rest ben ik vergeten. Als we er heen gaan, komen we langs een heleboel Jap-pen. Eén keer kwam er één langs, die mijn arm wilde pakken, maar ik week op tijd uit. Die vent had zulke vieze, zwarte handen! Een poosje geleden werd er verteld, dat er een zender ontdekt was door de stommiteit van een paar jongens. Ze bewaakten de zender en schoten opeens op een paar agenten. Naar men vertelt werden die jongens later gemarteld en ze moesten toen namen noemen van hun medespionnen. Een ontzettend domme streek!

Een paar dagen geleden kwam Solveig nog even langs, maar ik had het toen juist druk met mijn kamer. Ze leende het boek “Flierefluiters oponthoud” van me, want ze kende alleen het eerste deel. Ze zocht ook naar iemand, die haar een microscoop zou willen lenen. Vanmor-gen had ze er één. Ze was zo enthousiast!

Weet je wie er hier nu in de stad is? Maart Dake. Helemaal op z’n eentje uit Modjowarno 2 gekomen om te kijken, hoe het hier in Bandoeng ging. Ik heb hem nog niet gezien. Janneke en ik hebben nu elke Woensdag en Zaterdag les van mevrouw de Vries. Woensdag Frans en Zaterdag Engels. Voor Frans lees ik nu: “Mon petit Trott” en voor Engels: “Pinocchio”.

Onze kippen zijn aan hun laatste eieren toe. Achter bij de auto leggen ze die in een kist. De sla, kool, snijbiet, katjang pandjang, peterselie, selderie en zes djagoengs groeien prachtig. De laboe-ajer is alweer kleiner, want de mensen, die de riool repareerden hebben een heel stuk kapotgemaakt.

Er zijn weer een heleboel Jappen weggetrokken uit Bandoeng, want ik zag weer een paar le-ge scholen. Vanmorgen hoorden we van Richt prachtnieuws: 1 Italië heeft gecapituleerd, 2 de Turken hebben de Dardanellen voor de geällieerden vrij gegeven.

3 Amerika heeft Japan een ultimatum gesteld, dat ze voor 25 September zich moeten terug-trekken tot Singapore. Het werd door San Francisco omgeroepen. We hopen van harte, dat het waar is.

Vanmorgen zijn Rietje, Roelie, Heleen en ik naar de Oosterkerk geweest. Jammer dat mam niet mee kon, want oom Ot had een prachtige preek. Hij vertelde over: “Hebt uw vijanden lief” en dat we elkaar niet 7- maal, maar 70x7 maal moesten vergeven, want God vergeeft ons ook zoveel. En ook dat alle haat uit ons hart moet verdwijnen en plaats moet maken voor

---------------------------------------------------------------------------

  1. Groene zaadjes van de soja.
  2. Modjowarno ligt helemaal op Oost-Java; op dat ogenblik vrijwel onbereikbaar.

---------------------------------------------------------------------------


blijdschap. Soms kreeg ik tranen in mijn ogen. Hij begon zijn preek met een vertelling over een Chinees meisje in de Japanse oorlog. Misschien schrijf ik het nog eens in dit dagboek. Na de dienst werd er voor de stichting ”Pa van der Steur” 1 een collecte gehouden en er is f 96.- opgehaald. Erg veel!

20-9-1942

Wat gaat de tijd vlug om! We zijn nu al zes maanden krijgsgevangen en het lijkt veel korter. De geruchten, dat de 25e September alles zal gaan veranderen, geloof ik niet, maar we ho u-den goede moed. Eens zal de bevrijding komen. Het is wel opmerkelijk, dat de Jappen hier veel beleefder tegen ons Europeanen zijn geworden. Er worden niet zoveel klappen meer uitgedeeld. We merken haast niets meer van hen, alleen van hun vliegtuigen, die soms hele dagen doorvliegen.

Gisteravond hebben we ruzie gehad met mevrouw Stevels. Ik weet niet wat ze gaat doen: hier blijven of weggaan. Pimmie kan soms ook zo vervelend zijn. En dan geeft ze de schuld aan anderen, vooral aan Friso.

Onze kippen zijn nu, geloof ik, allebei broeds en dat mag niet van pappie. Van hem mag er maar één en de ander moeten we er dan van af helpen of z.g. “koelpoorten”. Zo noemen de Vlaamse boeren dat.

Het is vandaag Zondag. We zijn naar de Oosterkerk gegaan, waar ds. Oberman preekte. Hij sprak over het belijden van je schuld, dat je jezelf in de spiegel van het evangelie moest be-kijken en dat vele mensen tegenwoordig die spiegel weggooien.

Na de kerk hebben we nog even bij V.en W. gezeten. Roelie en ik hebben daarna op een klein weggetje geleerd te rijden met twee fietsen. Mijn arm was lam op het laatst.

1-10-1942

Gisteravond had er een grote gebeurtenis voor ons plaats. Geen wereldgebeurtenis, maar een persoonlijke gebeurtenis, die ik me altijd zal blijven herinneren. Alleen Roelie, Heleen en ik weten het nog. Mam bracht ons gisteravond naar bed en wachtte toen bij ons op pappie. Dat gebeurt niet vaak, want pappie is meestal nogal laat. Maar hij kwam nu toch en vroeg ons:

“Wat zouden jullie liever willen hebben: een broertje of een zusje?” We stemden voor een zusje. Toen vertelde mam, dat ze in het vo lgend jaar in Mei een kindje verwachtte. We kon-den het eerst haast niet geloven, maar waren toen zo blij, zo blij! Ik huilde er een beetje van. Ze vroegen ons alvast na te denken over een naam. Pas laat in de avond konden we slapen. Wat zal het leuk zijn zelf nu ook te mogen helpen met de kleertjes en ook speelgoed en een wandkleed te maken. We gaan een fijne tijd tegemoet. De volgende week is Paul jarig en daarna kom ik aan de beurt.

11-10-1942

Vorige week Zondag is mam meegeweest naar de kerk om naar ds. Oberman te luisteren. Dat had ze niet moeten doen, want de volgende dag voelde ze zich niet goed en vreesden we voor het leven van het kindje. Maar Goddank is ze na een week rust weer zo goed, dat ze weer mee kan eten binnen en op de bank kan zitten.
Vanmorgen zijn we ook naar de kerk geweest, waar nu ds. Keers preekte. Het was zo vol, dat we op het balkon moesten staan. Er waren nu ook twee Jappen in de kerk. We zagen hen naast ds. Oberman zitten, een hoofdofficier en een soldaat. Louk Woortman zat ook naast


---------------------------------------------------------------------------

  1. Johannes van der Steur (1865-1945), zendeling-leraar, stichter van 1ste militair tehuis in Magelang en helper voor onverzorgd achtergebleven kinderen van soldaten.

---------------------------------------------------------------------------

een paar Jappen en vertelde, dat ze elk een briefje van vijf in de collectezak deden. Dat lijkt me sterk!

Van Jappen gesproken: verleden Dinsdag om twee uur kwamen er drie Jappen binnen. Ik moest de deur open doen en riep mevrouw Maier meteen, want zij weet met Jappen om te gaan. Eén van hen sprak goed Maleis en vroeg, of er hier een dokter woonde, die injecties kon geven. Toen hebben we pappie geroepen. De Jap had zelf zijn obat1 bij zich. Pappie spoot hem in en zei, dat hij over twee dagen terug moest komen om er nog één te laten ge-ven. Hij was erg blij niet te hoeven betalen. Ze zeiden mij tabé2, maar ik zei lekker niets te-rug. Toch zijn ze niet teruggekomen.

Nu de grote verrassing van vandaag: De kip zonder het kuifje (ik zal haar de Kale noemen) heeft kuikentjes gekregen. Zulke schattige kleine gele beestjes met een bruine streep over zich heen. Ik aaide die kip vanmiddag en hoorde toen piepen.

Warempel, daar kwam er één onder de veren uit! Zo’n schatje! Ik ben bezig van de grote kist een hok te maken. Nu moet de ren ook gauw af.

Pappie heeft vanmorgen een maandkaart voor het zwembad gekocht voor ons allemaal. Woensdag gaan we al zwemmen. Fijn!

18-11-1942

Mam is gelukkig weer helemaal beter. Ik zal eerst wat vertellen over de gebeurtenissen van hier in de stad. Er wordt een vrouwenkamp opgericht en dat moet voor 8 December klaar zijn. Dat wordt in het oostelijk deel van de stad gemaakt, met ongeveer als omtrek de Hout-manstraat, de Tjitaroemstraat, de Riouwstraat en de grote Postweg. Op het kaartje van Ban-doeng zie je ook dat de huizen daar het dichtst bij elkaar staan en dus het gemakkelijkst te omheinen.

Alle mannen zouden verder worden opgepikt. Fijn dat pappie nog thuis is. Maar ik hoorde zonet, dat al 70 doktoren een oproep hebben gekregen. Verder ook meneer Zijlstra, meneer Vlaming (van wie ik Duits heb) en meneer Wisman. Oom Ot gelukkig nog niet! Ik heb nu nog les van: Juffrouw Gruis (Latijn en Grieks), mevrouw Eyf

(Engels), mevrouw Heydeman (Frans), mevrouw Franke (Nederlands), meneer Vlaming (Duits), meneer Zijlstra (Geschiedenis) en van meneer Suyderhoud (Aardrijkskunde). Als we in kampen gaan, kunnen we misschien in wat grotere groepen les hebben en niet zo stiekem in kleine groepjes. Heleen heeft nu ook les en volgt de
eerste klas van de H. B.S., dus zo slaat ze de 7e klas van de lagere school over. Alleen met wiskunde heeft ze moeite. Roelie heeft nog steeds les van juffrouw de Quaasteniet.

20-11-1942

Vanmorgen is meneer Wisman vertrokken, maar een poosje later kwam hij weer terug. Ik weet niet waarom. Op de Irene-boulevard worden nu ook al huizen leeggemaakt, namelijk voor Indische mensen (de Prarindra, zoals dat stelletje heet). Ik hoorde het ook van de Bea-trix-boulevard. Het zou jammer zijn als er in ons mooie huis vieze inlanders komen te wo-nen. Allemaal pesterij.
Vanmorgen had ik les op de Riouwstraat en daar waren ze ook al druk aan het ve rhuizen. Op de deuren waren papieren geplakt met Romeinse cijfers. We hadden nu voor de laatste keer daar les, in kamer V, waarnaast een 6 stond. Dat betekent dat er 6 personen in die kamer moeten wonen. Die kamer was ongeveer: 3,5 x 4,5m. En dan al hun barang. Je zag er heel

---------------------------------------------------------------------------

  1. medicijn.
  2. dag (groet in het algemeen).

---------------------------------------------------------------------------


Creatie datum: 06/02/2017 10:41
Categorie: - Bosman, Anneke
Pagina gelezen 5614 keren


Reacties op dit artikel

Er heeft nog niemand gereageerd.

Nieuws van den dag uit het voormalig Nederlandsch-Indië