Zoek
 
Sluiten
INDISCHE ENCYCLOPEDIE
Indopedia
INDOPEDIA
De Indische Encyclopedie
 

Index encyclopedie

Recepten, Gerechten

Djamu (Jamu) - medicinale kruiden , planten en vruchten. Ziekten & Kwalen

Indische Boekrecensies

Verhalen

Bladmuziek Krontjong

Bezoekers vanaf jun. '09

 17904414 Bezoekers

 43 Bezoekers online

rss Deze artikelen zijn ook met een RSS reader te lezen. :
https://www.indopedia.nl/data/nl-articles.xml

Schrijver: Nieuwenhuys, Rob
Titel: Vergeelde portretten uit een Indisch familie album


nieuwenhuys rob vergeelde portretten

ROB NIEUWENHUYS
* 30 juni 1908 te Semarang
+ 7 november 1999 te Amsterdam
 
De eerste keer lees ik "Vergeelde portretten uit een Indisch familiealbum", dat Rob Nieuwenhuys schrijft onder het pseudoniem R. Breton de Nijs, in een ruk uit.
Hij schrijft wat hij waarneemt, maar ook legt hij voorgoed vast hoe er in die tijd vaak in Indische kringen werd gedacht over huidskleur en afkomst en gebruikte tante Sophie als zijn spreekbuis.
 
Oh, die huiskleur, die Indonesische vrouw… vriendin… nyai van je broer.  
Titi, die (zacht gefluisterd) inlandse waar haar broer Alex mee leeft. 
Als er een dochter wordt geboren uit deze verbintenis, schrijft Tante Sophie aan de familie in Holland:
 ‘Zwárt Lien, […] en niet zo’n beetje getint, maar echt dónker!’
Bij de geboorte van de derde dochter vindt tante Sophie het genoeg en zegt tegen Alex dat hij er maar mee moet ophouden.
Het weerhoudt tante Sophie er niet van de meisjes later in huis te nemen om hen een Hollandse opvoeding te geven. 
Maar ze is niet tactvol naar de meisjes, die zwijgen als ze een berisping krijgen, vaak ten onrechte. 
Alleen een flikkering in hun ogen, dat is alles.
Wanneer hun moeder Titi overkomt, zijn ze altijd bij haar te vinden… achter, in de bijgebouwen.
 
Tante Sophie sterft in 1940 en is begraven in het familiegraf. 
Veel familieleden zijn naarHolland gegaan. 
Rob filosofeert: ‘Zoals zij leven er duizenden, alleen al in Den Haag; Indische emigrés en ontwortelden.[…] Uit hen zal een volgend geslacht groeien, met een lichtere huid misschien, maar toch nog altijd met iets Indisch in uiterlijk, in gebaar, in hun houding tegenover hun omgeving. Maar voor hoe lang nog? 
Er is geen voorspelling te maken.’
 
Wie is die man die zó kan schrijven, een familiekroniek aan de hand van foto's, de personages haarscherp en toch met milde humor neergezet. Mijn wens hem te ontmoeten gaat zomaar in vervulling.
 
Op een dag sta ik oog in oog met Rob bij de presentatie van de gedichtenbundel Layangan*. 
Hij heeft een half jaar daarvoor zijn vrouw Frieda verloren en is duidelijk nog niet zichzelf.
Toch nodigt Rob mij uit om bij hem thuis te komen. 
In lange gesprekken kom ik achter vele verhalen achter het verhaal, dus ook waar en wanneer hij is begonnen aan "Vergeelde portretten". 
Dat is in het Jappenkamp, en hij schreef op Japans WC papier met een stompje potlood. 
Het boek komt in 1954 uit. Rob:"Het was een laat debuut, maar het heeft me zoveel tijd gekost voor ik de juiste toon had gevonden, en ook voor ik in tune was met mezelf."
 
Ik heb “Vergeelde portretten” daarna nog vele, vele malen herlezen, zeker nadat ik van Rob toestem­ming heb gekregen om dit boek te bewerken tot een reading. 
Maar ik moet beloven dat ik dicht bij de oorspronkelijke tekst zal blijven. 
Dat heb ik uiteraard gedaan en toen Rob een ooggetuigenverslag  kreeg van een dierbare vriend die zei dat hij: "... hele flarden tekst had herkend en dat zelfs de ik-figuur (Rob in het boek) op hem leek, in zijn jonge jaren dan, hoor," was hij tevreden.
 
Wie op Internet zoekt, zal een indrukwekkende lijst vinden van de werken van Rob Nieuwenhuys, variërend van naslagwerken en bloemlezingen uit de Indische literatuur die hij samenstelde tot een voorwoord of inlei­ding bij werken van anderen.
Vier boeken zullen niet gauw geëvenaard worden, namelijk zijn drie fotoboeken "Met vreemde ogen", ook onder het pseudoniem R. Breton de Nijs, "Baren en oudgasten" en "Komen en blijven" die hij onder zijn eigen naam publiceert.
En tenslotte het boek dat in 1972 verschijnt en waar Rob zeven jaar aan heeft gewerkt: ‘Oost-Indische Spiegel.’ 
Dit werk wordt beschouwd als het standaardwerk voor de Indische letterkunde; hij ontvangt hiervoor de Bijzon­dere Prijs van de Jan Campert­stichting.
 
Als Rob jaren voor zijn dood wordt gevraagd hoe hij herinnerd wil worden, antwoordt hij zonder aarzelen:"Als de schrijver van ‘Vergeelde portretten’ en van de fotoboeken." 
Gelukkig zijn deze fotoboeken ter gelegenheid van zijn negentigste verjaardag opnieuw uitge­bracht. 
   
Rob had een Nederlandse (totok) vader en een Indische moeder, maar werd de eerste jaren van zijn leven vooral opgevoed en verzorgd door de familie bediende Nenek Tidjah.
"Ze moest eens weten hoe groot haar invloed op de rest van mijn leven is geweest; ik heb zelfs een kort verhaal over haar ge­schreven. Ik heb het ‘De schim van nenek Tidjah’ genoemd."
 
Rob Nieuwenhuys, met recht de Bapak van de Indische literatuur genoemd,  stierf op 7 november 1999 in zijn woonplaats Amsterdam. Het was goed zo, het was genoeg zo. 
Met zijn dood is een belangrijke en bijzondere link met tempo doeloe voorgoed weg.
 
Een tijdperk is afgesloten.
 
 
* Layangan, een bundel van 12 Indische dichters en dichteressen, verscheen bij Uitgeverij Bonneville in Bergen in 1998.
Initiatiefneemster was Madeleine Gabeler, zelf een begaafd dichter. Zij heeft ook de redactie van deze bundel op zich genomen.
De bundel is een aanrader en is nog verkrijgbaar.


Creatie datum: 28/02/2017 12:08
Categorie: - Nieuwenhuys, Rob
Pagina gelezen 2408 keren


Reacties op dit artikel

Er heeft nog niemand gereageerd.

Nieuws van den dag uit het voormalig Nederlandsch-Indië