Zoek
 
Sluiten
INDISCHE ENCYCLOPEDIE
Indopedia
INDOPEDIA
De Indische Encyclopedie
 

Index encyclopedie

Recepten, Gerechten

Djamu (Jamu) - medicinale kruiden , planten en vruchten. Ziekten & Kwalen

Indische Boekrecensies

Verhalen

Bladmuziek Krontjong

Bezoekers vanaf jun. '09

 17969606 Bezoekers

 46 Bezoekers online

rss Deze artikelen zijn ook met een RSS reader te lezen. :
https://www.indopedia.nl/data/nl-articles.xml

Moederland Vaderland - 4

Een doorgangshuis voor koelies en een berucht vrouwenkamp. Maar het viel erg mee: We kregen 2 nette vier-persoons kamertjes en goed eten, Er was ook licht en stromend water.

30-4-1946.

Prinses Juliana jarig!
Kinderparade en wedstrijden. Wouter kreeg ook een vlag. In de stad Batavia was er een grote parade met tanks en troepen. Mam en ik konden met tweemaal een lift ook even naar de stad. We kochten er mooie, stevige schoenen.

Vanmiddag geschreven en vanavond gedanst. Er waren veel Hollandse jongens (één hele lange!) Ook Hans van Ommen met zusje, Mientje van der Plas en Hanna Carmenjola zag ik er terug. De muziek was nogal snert. En warm, warm, warm!
Morgen gaan we om 1 uur naar Tandjong Priok.

1-5-1946.

Vanochtend in de stad na veel moeite kleren gekregen bij de NIGEO. Nog meer schoenen en 3 handkoffers gekocht. Ik kon ook Indonesische postzegels krijgen.

Om 3 uur een rit met de vrachtauto naar Priok, maar het was heerlijk weer. De lijsten nagekeken. We kregen een rose kaart en konden aan boord van de “Boissevain”. Pappie kreeg samen met andere doktoren een prachtige hut. Wij kwamen in ruim F4, ongeveer 4 m boven het water. Lange tafels (12 pers.) en veel corveesters. We sla-pen in grote hangmatten. Wouter kreeg er ook één, heel grappig

gezicht! Twee dekens per persoon. Gelukkig waren er patrijspoorten en fans, want het is er erg warm. Het eten is erg lekker. We mogen baden in de hut van de familie van der Leest (zout water natuurlijk). Aan dek is het heerlijk!

2-5-1946.

Heel prettig in mijn hangmat geslapen. Ik gaf me op als hulpverpleegster en had voor het eerst dienst van 2 – 9 uur. Nog niet druk. Alles heel modern. Veel kinderen ziek.

We eten er allemaal samen. 's Avonds gebaad en geschreven aan Mieke Beuker, Ruth Wür-big, Adelheid Schieferlie en Jacky Supit.

4-5-1946.

We varen! We varen! Om half 8 vertrokken we. Door een klein sleepbootje “Conny” zijn we voorzichtig weggetrokken. Daarna de pieren uit.

Lang heb ik achteruit gekeken, lang heb ik alles met mijn ogen vastgehouden. Met zonnig weer vertrokken we. Dag lief en mooi Indië! Je bent voor mij een moederland geweest. Lief en leed heb ik met je gedeeld. Ja, ook leed. Ik zal vaak aan je terugdenken, aan je mooie ber-gen en landschappen, geuren en kleuren.

We varen snel en gaan tussen een heleboel eilandjes met klapperbomen door. Mooi staat dat witte schuim op die groene golven. Hier en daar een vuurtorentje. Gelukkig

niet veel deining. In de ziekenzaal leerde ik Lies de Kroes kennen, een aardig meisje, dat er ook als hulpverpleegster werkt.

6-5-1946.

Het schip schommelt nogal. Gelukkig hebben we er niet zo veel last van, behalve Paul, die de hele dag in de hangmat ligt en zo de slingering niet voelt.

We hielden sloepenrol. Tot Colombo moeten we onze zwemvesten blijven dragen vanwege mijnengevaar.

9-5-1946.

Donderdag. Vanochtend vroeg aankomst in Colombo. Veel prachtige huizen, veel schepen, maar geen Hollandse. Op de uiteinden van twee lange pieren stonden leuke
torens. Heel langzaam voeren we binnen. Water en vruchten werden geladen.

Een paar jongens van de bemanning zwo mmen om het schip, wat niet ongevaarlijk was. We mochten niet aan wal natuurlijk. En warm, dat het was, vooral in het ruim.

10-5-1946.

's Ochtends om 10 uur vertrek. Gelukkig werd het direct wat frisser. Een rustige zee. Vannacht passeerden er een paar schepen. Af en toe wordt de klok een half uur achteruit ge-zet. Daardoor worden we vaak erg vroeg wakker en dan is de zon al vrij hoog. Baden met zout water is niet zo prettig, want je voelt je daarna kleverig, maar we spoelen ons met een beetje zoet water na. Gelukkig mogen we gebruik maken
van de badkamer van mevrouw Beeuwkes en van familie van der Leest.

14-5-1946.

Woutertje jarig! Ik gaf hem een reep chocola, die ik gisteren op de dansavond van Jan Die-venbach (verpleger) had gekregen. Verder kreeg hij nog veel meer kleinigheidjes en allerlei lekkers, dat bijna altijd gauw verdween. Maar elke keer dat hij wat kreeg, was hij zo enig verrukt! Iedereen vond dat ook zo leuk. Op het laatst had hij een blik vol snoep verzameld. Dan kon hij net als Paul zeggen: “Ik heb nog!”
Bij Kaap Guardafui was de zee nogal woelig en kregen Lies en ik het te kwaad. We zaten samen een poosje aan dek en dat deed ons goed.

Na de Kaap was in de Golf van Aden alles weer rustig. We passeerden het eiland Perin met een groot fort, een vuurtoren en grote stukken geel strand. Leuk, weer eens een stukje land te zien na al dat water, hoewel ik toch niet gauw genoeg van de zee zal hebben. De warmte in de Rode Zee valt mee. Het is er nu zelfs koel.

18-5-1946.

Zaterdag. Aankomst in Suez. Ik ben net wat ziek geworden. Na de nachtdienst voelde ik me vanmorgen doodmoe, verkouden, had keelpijn en verhoging. In bed geploft en heerlijk ge-slapen. Daarna was ik weer heel wat beter.

Morgen gaan de eerste groepen aan land om kleren te halen in Ataka. Ik hoop, dat ik mee mag. We hebben een prachtig uitzicht: trotse, hoge, kale rotsen in kleuren, die variëren tus-sen geel, rood en donkerbruin. Het is merkwaardig zo duidelijk de lagen te zien, waaruit alles is opgebouwd. Helaas is er geen stukje groen te zien.
Avond: Hoera, ik ben koortsvrij en mag morgen mee!

19-5-1946.

pag-157

Zondag. Vanmorgen vertrokken we om 7 uur. In twee platte boten voeren we naar de kust, een heerlijk tochtje. Op de kade stapten we in een leuk treintje. Friso en Paul hadden schik om de lange soepjurken van de Arabieren. We zagen ook wagens met prachtige paarden er voor. Ik zag ook een kameel met een Arabier er op in een schommelende gang. Echt een “schip” van de woestijn. We kwamen ook langs een oase. Dat groene plekje stak zo af tegen die dorheid van zand en stenen! Van dichtbij leken de rotsen nog grootser en kaler. Na onge-veer 10 minuten rijden kwamen we aan bij een paar grote, met vlaggen versierde loodsen. Een meneer sprak ons door een omroeper toe. Hij heette ons welkom en gaf wat raadgevin-gen. Een leuke band speelde leuke wijsjes en toen mochten we naar binnen. Daar bleek het Luilekkerland te zijn. Er waren taartjes, koekjes, zuurtjes, belegde broodjes, pisangs, djeroek en koffie. En je mocht nemen zoveel je wou!

Verder een aardige speeltuin voor de kinderen. Voor de uitdeling van de kleren werd ieder-een eerst doorgelicht. Wij hadden hoge nummers en moesten dus nogal lang wachten. Wou-ter vond het doorlichten heel griezelig. Je mocht namelijk geen metalen voorwerpen bij je hebben. Eind elijk waren we zover. Mam hielp de jongens eerst met passen en kwam daar-door helemaal achteraan bij ons, maar kon alles rustig afwerken. We kregen prachtige warme kleding en toiletartikelen, waar we heel blij mee waren. Intussen speelde de band vrolijke muziek. De dirigent bespeelde zelf meesterlijk een prachtige accordeon. Hij keek me steeds aan, wat me eerst verlegen maakte, maar later vond ik het wel leuk en keek terug. Hij had geen mooi, maar een echt mannelijk gezicht.

Door het langdurige uitdelen van de kleding misten we de eerste trein en bleven toen op de tweede wachten, die ongeveer om 3 uur kwam. “Hij” stond ook voor de loods, toen we weg-gingen en wuifde terug, toen ik goedendag wuifde. Daarna weer het fijne tochtje terug naar de boot, waar we moe,warm, maar voldaan aankwamen.

20-5-1946.

Maandag. Ik ben nog eens naar Ataka ge-weest! Namelijk om kleren te halen voor Erie Fournier, die net ziek lag. We hebben onge-veer dezelfde maat. Alles ging prachtig. Toen het orkest het welkomstlied speelde, heb ik me niet laten zien. Binnen ging ik op mijn oude plekje zitten, schuin tegenover het orkest. “Hij” zag me direct en moest zo lachen. Ik ook natuurlijk. De anderen hadden het ook door, geloof ik. Het werd een heerlijke ochtend. Toen de eerste groep terugging, ben ik niet meegegaan, maar nog gebleven. Een jongen, die ons djeroeksap schonk en een grappige Arabische djongos hadden me door en lachten. Ik heb me ook nog laten fotograferen, vier fo-to’s voor f 6.-. Ze worden me opgestuurd. Ik heb er mam niets van verteld, dan is het een verrassing! Er werd ook nog gedanst. Ik tweemaal met een M.P.-er en eenmaal met een Engelsman. Nogal moeilijk, want de vloer was met matten bedekt.

Ankie Zelis, Zr. van der Sluis Veer en Rob Polderman waren er ook. Eindelijk moesten we weg. “Hij” kwam ook naar de uitgang en gaf me een hand. Toen heb ik hem bedankt voor alles en hij wenste me een goede reis. Toen de trein wegging heb ik nog gewuifd. Waarschijnlijk zien we elkaar nooit meer te-rug. “Ships that pass in the night”. Ik ben doodmoe, maar voel me toch prettig en opge-wonden. Zou dit nou
“liefde op het eerste gezicht” zijn? Het was een bijzondere ervaring.


's Avonds voeren we verder het kanaal in. Er waren heel veel lichtjes, een sprookjesachtig gezicht. Langzaam en voorzichtig gleed de boot voort.

21-5-1946.

Vanmorgen vroeg kwamen we in Port Said aan. Ik had nachtdienst. De hele nacht voeren we door. Er zijn hier vrij veel moderne gebouwen te zien. Veel mensen bieden leerwerk, dadels, enzovoort aan. Ik heb me naar gelachen om het onderhandelen van Rob Polderman met die kerels. Hij kan ze zo goed nadoen.

De hele ochtend heb ik gemaft. Vanmiddag heeft mam nog heerlijke sinaasappelen kunnen kopen.

Toe-oe-oe-oe-oe-oet! Daar gingen we weer. Bij het uitgaan van het kanaal voeren we door een heel stuk stad. Een merkwaardig gezicht: al die huizen en winkels zo dichtbij. We pas-seerden ook twee Hollandse schepen, waar we enthousiast naar ge wuifd hebben. Enig!
We zagen natuurlijk ook het grote, groene standbeeld van Ferdinand de Lesseps, die zijn hand zo sierlijk uitnodigend naar het kanaal houdt. Daarna twee lange pieren en dan weer de zee, een prachtige, gladde en rustige zee. Het wordt wel al wat fris.

23-5-1946.

Donderdag. Mam jarig! Pappie bracht cadeautjes en at bij ons, heel gezellig!
De zee is nogal woelig. Dat is gek met dansen. Het ene moment hol je heel hard en even later lijkt het, of je een berg op gaat. Het is wel lachen geblazen.
We passeerden een paar eilanden. Kreta?

27-5-1946.

Vandaag Gibraltar gepasseerd. Er kwamen veel schepen voorbij. Er is een kerkdienst gehouden.

28-5-1946.

Pappie jarig! Woutertje verklapte, dat er brillantine in het cadeautje zat.
We aten weer gezellig samen. Dank zij zijn advies om in de ziekenzaal te gaan werken, heb ik weinig last van zeeziekte. Ik denk: door de afleiding. Dat komt nu goed van pas, want het schip stampt flink en er zijn velen zeeziek.

We konden zeep en suiker kopen.

29-5-1946.

De Engelse kust in zicht. Nogal wat mist. Weer een sloepenrol gehouden, want ook hier is mijnengevaar. Een schip passeerde vlakbij. We wuifden naar twee Hollandse schepen. Er is nu een Engelse loods aan boord.

30-5-1946.

Donderdag. Om half 6 kwamen de pieren in zicht, verder kale, grijze vestingwerken en de duinen van IJmuiden. Familie de Ridder bezorgde ons een verrassing. Ze stonden er met een grote spandoek: “B O S M A N Eric” En wij lachten en wuifden!!!

Weldra kwamen we binnen de sluizen. Weer veel wuivende mensen en nog een bord met : “BOSMAN”. Het was niet goed te zien, wie het waren, maar het was zo hartelijk! Verder door een lief Hollands landschap met veel plezierbootjes en gezwaai. Bij de aan-

komst speelde een orkest allerlei vaderlandse liederen. De zieken gingen per brancard naar beneden. In een loods werden we ontvangen met broodjes, koek, koffie, melk en erwtensoep. Naar het station werd Wouter gedragen door soldaten.


Creatie datum: 28/02/2017 12:28
Categorie: - Bosman, Anneke
Pagina gelezen 5332 keren


Reacties op dit artikel

Er heeft nog niemand gereageerd.

Nieuws van den dag uit het voormalig Nederlandsch-Indië