Zoek
 
Sluiten
INDISCHE ENCYCLOPEDIE
Indopedia
INDOPEDIA
De Indische Encyclopedie
 

Index encyclopedie

Tel. / adres boeken

Recepten, Gerechten

Djamu (Jamu) - medicinale kruiden , planten en vruchten. Ziekten & Kwalen

Indische Boekrecensies

Verhalen

Bladmuziek Krontjong

Bezoekers vanaf jun. '09

 18351953 Bezoekers

 14 Bezoekers online

Indische culturele agenda / kalender
rss Deze artikelen zijn ook met een RSS reader te lezen. :
https://www.indopedia.nl/data/nl-articles.xml

Badjo of Badjau (orang),
Een vissersvolk dat een eigen kaste vormt en dat over de gehele archipel verspreid aan de kusten en op kleine eilandjes woont, voornamelijk langs de O. kust van Borneo en de W. kust van Celebes.
Vroeger woonden zij uitsluitend op hun scheepjes en verplaatsten zich geregeld.
Tegenwoordig vestigen zij zich wel aan de kust op paalwoningen.
Zij leiden over het algemeen een arme bestaan.
Vroeger deden zij ook aan mensenhandel en zeeroof.
Zij zijn goedaardig en openhartig, vaak schuw maar soms zeer onverschrokken.
Zij wijken nogal van de landbouwers af maar zijn vrij zeker van dezelfde herkomst.
Zij komen onder diverse namen voor (op Banka en Billiton als orang sekah).

Badoei’s
Een volksstam die als het ware nog een overblijfsel is uit de voor-Islam-tijd.
Deze lieden weten zo goed als niets van de Islam.
Zij bewonen de helling van de Pagelaran waar de bronnen van de Tji Oedjoeng zijn in Z.O. Batam (afd. Lebak).
De desa heet Kanékés.
In hun uiterlijk voorkomen wijken zij niet veel af van de overige bewoners terwijl hun zeden en gebruiken daarmee eveneens wel overeenkomst hebben.
Men neemt aan dat ze bij de invoering van den Islam in West-Java naar de destijds ondoordringbare binnenlanden zijn uitgeweken om dan hun (Oud-Javaans) heidendom trouw te kunnen blijven.
De betekenis (oorsprong) van het woord Badoei is onzeker; volgens sommigen komt het van Bedoewi, (Bedoeien), de Arabische woestijn-en bergbewoners.
Zij staan op hoog zedelijk peil en leven sober en eenvoudig.
Zij vereren de zielen van hun  voorouders.
Hun dorpshoofden, die blijkbaar ook geestelijke hoofden zijn, heten Poe-oen; de hoofd-poe-oen is de poe-oen girng (d.i. overstrooms).
Hij woont aan de  overkant bij de graven en is de tussenpersoon bij de overledenen; anderen mogen daar niet wonen.
De desa Kanékes heeft drie bij-dorpen.
Binnen deze kring moeten en mogen slechts veertig gezinnen wonen.
De overige moeten verhuizen naar buiten; zij zijn de orang penamping (van tamping = grens)
Het zijn er 1300-1400.
Daaromheen weer wonen de half-Badoei’s die enigszins geislamiseerd zijn.
De Badoei’s hebben, niettegenstaande zij geen Islamieten zijn, ook de besnijdenis.


Creatie datum: 05/04/2017 12:35
Categorie: - B
Pagina gelezen 688 keren


Reacties op dit artikel

Er heeft nog niemand gereageerd.

Nieuws van den dag uit het voormalig Nederlandsch-Indië