Zoek
 
Sluiten
INDISCHE ENCYCLOPEDIE
Indopedia
INDOPEDIA
De Indische Encyclopedie
 

Index encyclopedie

Recepten, Gerechten

Djamu (Jamu) - medicinale kruiden , planten en vruchten. Ziekten & Kwalen

Indische Boekrecensies

Verhalen

Bladmuziek Krontjong

Bezoekers vanaf jun. '09

 17974600 Bezoekers

 36 Bezoekers online

rss Deze artikelen zijn ook met een RSS reader te lezen. :
https://www.indopedia.nl/data/nl-articles.xml

Bali,
het westelijkste van de kleine Soenda-eilanden, van Java gescheiden door straat Bali, van Lombok
door straat Lombok, behoort administratief tot de residentie Bali en Lombok, zie aldaar.
Het is grotendeels vulkanisch bergland; de hoogste bergtop is de Piek van Bali of Goenoeng Agoeng (d.i. de grote berg), 3112 m.
Grote rivieren zijn er uiteraard niet.
Het heeft een voor de tropen aangenaam klimaat.
Het landschap is er van bijna onovertroffen schoonheid.
De voornaamste culturen zijn die van klapper (copra en olie), rijst, koffie en tabak.
De sawahcultuur staat er op hoge trap van ontwikkeling.
Wilde dieren: tijgers, herten en wilde zwijnen.
Van de tamme dieren worden genoemd: paarden, runderen, buffels en varkens.

Hindoekolonisatie heeft er vanaf de vroegste tijden plaats gehad, zowel direct als van Modjopahit uit.
Na de val van genoemd rijk weken veel Hindoe-Javanen uit naar Bali en versterkten zo het Hindoe-
element aldaar.
Van deze tijd dateert de instelling van een oppervorst, de Dewa-Agoeng Ktoet.
De afstammelingen van de Hindoese vreemdelingen noemen zich de Wong-Modjopahit (d.z. de lieden van Modjopahit); de oorspronkelijke, meer de bergstreken bewonende inboorlingen worden Baliaga (betekent ,,uit een boomstronk ontstaan”) genoemd.
Langzamerhand ontwikkelden zich zo goed als onafhankelijke vorstendommetjes.
De aanrakingen met de Nederlanders daterende van 1597 (gebroeders Houtman) waren van niet
veel belang.
Het plunderen van gestrande schepen en de slavenhandel noopten het gouvernement in 1846
tot een expeditie.
Hoewel deze succesvol verliep, waren in 1848 en 1849 nieuwe expedities nodig.
Hoewel laatstgenoemde expeditie na hevige strijd gunstig verliep, bleef Bali het toneel van binnenlandse onlusten omdat het gouvernement het eiland niet bezette, zodat
het in 1855 genoodzaakt was in te grijpen.
Te Boeleleng werd een Controleur B. B. geplaatst en in 1856 ook een te Djembrana.
In 1861 werden genoemde Controleurs B.B. vervangen door ass.-residenten.
Nadat intussen nog enige militaire expedities hadden plaats gehad werden Bali en Lombok in 1882 verheven tot een gewest onder een resident te Boeleleng (Singaradja).
De rijkjes Gianjar en Karang Asem werden gouvernementsgebied.
De overige vorstjes lieten zich niet veel aan het gouv. gelegen liggen: niettegenstaande het verbod om weduwen van een overleden vorst tegelijk met den overledene te verbranden, gebeurde dit nog herhaaldelijk.
Nadat wederom een gestrand schip was beroofd, werd in 1905 een nieuwe militaire expeditie nood-
zakelijk. Deze stond onder generaal-majoor M.B. Rost van Tonningen.

De regeringscommissaris F. A. Liefrinck vergezelde de expeditie om in overleg met resident
G. F. de Bruijn Kops de politieke aanrakingen te regelen.
Deze expeditie was niettegenstaande heftig verzet succesvol; nieuwe politieke contracten werden gesloten, terwijl Zuid-Bali onder leiding van het Europese bestuur werd gebracht.
Nog herhaaldelijk moest met militaire hulp worden opgetreden, waarbij bloedige gevechten werden geleverd; o.a. in 1908 toen de Dewa Agoeng van Kloengkoeng (evenals in 1906 Badoeng) zich met veel edellieden, enige vrouwen en kinderen doodvocht, de zaligmakende heldendood verkiezend boven overgave.
De landmacht werd hierbij gesteund door de Kon. Ned. Marine.
Bangli en Kloengkoeng werden onder rechtstreeks bestuur gebracht.
Hiermee was aan de middeleeuwse toestanden een einde gemaakt en werd de verdere ver-
betering van de economische en sociale toestanden met succes ter hand genomen.
In 1914 kon de militaire bezetting van Bali worden vervangen door gewapende politie (nu vervangen door veldpolitie).
Het kastenstelsel, verbonden aan het Hindoeisme, bestaat op Bali (en Lombok) nog steeds.

 

De vier kasten of standen zijn:

  1. Brahmanen
  2. Ksatria’s
  3. Wesja’s
  4. Soedra’s.

De leden van de eerstgenoemde drie en hoogste kasten kan men den adel noemen.
De Brahmanen (de priesterkaste) voeren de titel Ida (m.) of Idajoe (vr.); de Ksatria’s: dewa (m.) en
Désah (vr.); de Wesja’s: Goesti (m.) en Goesti-ajoe (vr.).
Voor alle standen worden de mannen met I, de vrouwen met Ni aangeduid.
Zie Hindoeisme.
De taal is het Balineesch, zeer sterk onder invloed van het Javaans vervormd.
Het letterschrift is een gewijzigd Javaans letterschrift.
Men grift het in geprepareerde bladeren van den lontarpalm.
De weda’s zijn de heilige oorkonden die slechts door de priesters gelezen mogen worden.

De tempels heten poera’s, de verblijven van de vorsten poeri’s.
De Balinees is zeer kunstzinnig: zijn kunstzin uit zich in architectuur (poorten en muren) met magische betekenis, weefkunst, dans en muziek (gamelan), beide feller, meer bewogen dan die van de Javaan.


Creatie datum: 05/04/2017 13:04
Categorie: - B
Pagina gelezen 537 keren


Reacties op dit artikel

Er heeft nog niemand gereageerd.

Nieuws van den dag uit het voormalig Nederlandsch-Indië