Zoek
 
Sluiten
INDISCHE ENCYCLOPEDIE
Indopedia
INDOPEDIA
De Indische Encyclopedie
 

Index encyclopedie

Recepten, Gerechten

Djamu (Jamu) - medicinale kruiden , planten en vruchten. Ziekten & Kwalen

Indische Boekrecensies

Verhalen

Bladmuziek Krontjong

Indische culturele agenda / kalender
Bezoekers vanaf jun. '09

 16337463 Bezoekers

 18 Bezoekers online

Schrijf u hier in voor onze nieuwsbrief.
wbC3y
Tik de bovenstaande code:
rss Deze artikelen zijn ook met een RSS reader te lezen. :
https://www.indopedia.nl/data/nl-articles.xml

De prinses en de witte karbouw

"Uit Indische verhalen door Inge Dümpel voor Indo Radio".




Er waren eens een koning en koningin op Zuid Sulawesi die heers¬ten over hun koninkrijk Luwuk. Zij waren wijs en eerlijk en daarom erg geliefd bij hun onderdanen. Zij hadden één dochter die Dewi Tadampali heette.

koning en koningin op Zuid Sulawesi

Zij was een mooi meisje met een vrolijk en vriendelijk karakter. Vele prinsen uit de omtrek wilden met haar trouwen, maar zij had nog aan niemand haar jawoord gegeven. Haar vader en moeder zeiden dat zij gerust met één van deze prinsen zou mogen trouwen. Zij zouden haar keuze goedkeuren. Maar prinses Dewi Tadampali zweeg. Tenslotte zei ze op zachte toon: 'Het spijt mij, lieve ouders. Maar tot nu toe ken ik niemand aan wie ik mijn hart zou willen schenken.' En zij stond op en liep via haar slaapkamer naar de prachtige tuin.

Dewi Tadampali

Op een dag stond een grensbewaker van het koninkrijk voor de koning en zei, geheel buiten adem: 'Er komt een grote stoet aan. Het zijn afgevaardigden uit het vorstendom van Bone.' De koning en de koningin waren erg verbaasd. Zij waren goed bevriend met het vorstenhuis van Bone, ofschoon zij elkaar zelden bezochten. Wat kon nu toch de reden zijn van de komst van deze afgevaardigden?

'Gauw,' zei de koningin, 'er moet heerlijk eten gekookt worden.' Daar stond de stoet al stil voor het paleis. De koning en de koningin traden naar buiten en verwelkomden de hoge gasten. De leider van hen trad naar voren, boog diep en sprak:

'Ik breng u de groeten over van mijn Heer, de vorst van Bone. Hij wil graag de banden met uw huis wat nauwer aanhalen en vraagt daarom om de hand van uw dochter, Prinses Dewi Tadampali voor zijn oudste zoon, de kroonprins.'

De koning en de koningin dachten snel na. Zij mochten niet weigeren en konden ook niet meteen ingaan op het aanzoek, omdat zij eerst met hun dochter wilden spreken. Daarom antwoordde de koning:

'Geef Prinses Dewi Tadampali dertig dagen bedenktijd. Een huwe¬lijk is een ernstige zaak.'

De leider boog - hij was wel een beetje beledigd - en zei dat hij over dertig dagen terug zou komen.
De koning en koningin riepen prinses Dewi Tadampali bij zich en brachten haar de boodschap over van de vorst van Bone. De prinses begon te huilen en zei dat ze de kroonprins van Bone zelfs nog nooit had gezien. Haar moeder droogde haar tranen met de punt van haar slendang en troostte:

'Je hoeft immers pas over dertig dagen te beslissen.'

Prinses Dewi Tadampali werd plotseling ziek. Zij kreeg zomaar ineens allerlei bultjes en vlekken over haar hele lichaam. Weg was het mooie prinsesje. Ze werd erg bleek en mager. Toen de afgezant van Bone na dertig dagen kwam om het antwoord te halen en haar zag, zei hij snel: 'Iemand die er zo uitziet, zal niet snel een bruidegom vinden. En zeker niet een prins uit het vorstenhuis van Bone.' Hij boog en vertrok.

Omdat prinses Dewi Tadampali niet beter werd, besloten haar ouders haar een poosje weg te zenden om op te knappen. Zij vertrok met een paar trouwe dienaren. Zij voeren de rivier af en toen de dienaren een mooi plekje hadden gevonden gingen zij aan wal en bouwden een paar hutten, waaronder één grote voor de prinses. In de buurt van deze plaats vonden zij een zeldzame vrucht, de Wajo. Zij noemden deze plek Wajo en zo heet die plek nu nog. Prinses Dewi Tadampali genas langzaam.

Op een dag zag zij een wild konijntje en rende er achter aan. Het konijntje verdween en de prinses leunde hijgend tegen een boom. Ze ging zitten en sloot haar ogen. Plotseling hoorde zij een snuivend geluid. Verschrikt keek zij om zich heen en zag een witte karbouw vlak bij haar. Zij wilde opstaan en weglopen, maar haar benen trilden zo erg dat zij bleef zitten. Zij voelde iets aan haar voeten kriebelen. En wat zij zag deed haar bijna in lachen uitbarsten. De witte karbouw likte heel zachtjes haar voeten alsof hij daarmee wilde zeggen dat de prinses niet bang hoefde te zijn.

Prinses Dewi Tadampali stond op en liep naar de plek waar zij woonde. De witte karbouw liep achter haar aan. Vanaf die dag bleef de witte karbouw altijd in de buurt van de prinses. De dienaren van de prinses bouwden een stal voor de witte kar¬bouw.

Op een morgen, toen het nog niet zo warm was, zat de prinses op een grasveldje midden in het bos en vlocht een bloemenkrans voor de witte karbouw. Zij schrok toen zij ineens de punt van een speer zag. 'Wie is daar?' vroeg zij.

Toen verscheen het verbaasde gezicht van een knappe jongeman.

knappe jongeman

'Ben jij een fee, of wat ben je eigenlijk?,' vroeg hij. De prinses antwoordde dat zij geen fee was, maar een gewoon mens. Op haar vraag wat hij in het bos, haar bos, deed antwoordde hij dat hij hier regelmatig kwam. Prinses Dewi Tadampali was verbaasd en antwoordde dat zij hem nog nooit had gezien.

'Hoe heet jij?,' vroeg de jongeman. De prinses lachte even en zei toen: 'Noem mij maar ... Meisje.'
'Dan moet jij mij ... Jager noemen.'

Zij spraken af elkaar de volgende dag op dezelfde plek weer te ontmoeten. Jager zou dan allerlei bosvruchten meenemen die Meisje, eh .. de prinses dus, zou kunnen proeven. Dat deden zij.

Maar ach, na een paar dagen was de witte karbouw plotseling verdwenen. Hoe de prinses ook zocht, zij vond hem niet. Verdrietig liep zij naar haar hut en zag daar haar vader staan. Ze vloog hem om de hals. De koning was blij te zien dat zijn dochter weer gezond was en nam haar mee terug naar Luwuk. Nog vaak dacht de prinses aan de witte karbouw en aan Jager. Zou zij hen ooit weerzien?

De dagen gingen voorbij en daar stonden ineens weer een aantal afgevaardigden van de vorst van Bone voor de paleispoort. En opnieuw werd er om de hand van prinses Dewi Tadampali gevraagd.

Deze keer vroeg zij tien dagen bedenktijd.

Op de tiende dag kwam zij naar buiten en zei tegen haar ouders, de koning en koningin van Luwuk:

'Ik zal het aanzoek van de vorst van Bone aannemen als hij mij
binnen tien dagen een witte karbouw brengt, uit het gebied Wajo.'

Deze opdracht brachten de koning en koningin over aan Anre Guru Pakanyareng, het hoofd van de groep en een geweldig krijgsman.

Hij lachte, want hij vond deze opdracht helemaal niet moeilijk. Opgewekt vertrok hij om na tien dagen weer terug te keren, beladen met geschenken en ... met een witte karbouw.

Deze keer reed ook de kroonprins van Bone zelf mee. Prinses Dewi Tadampali stapte blij naar voren, omdat zij in de witte karbouw haar goedige vriend uit Wajo herkende. Zij streelde hem over zijn hals en vroeg hem waar of hij al die tijd toch gebleven was.

De kroon¬prins vertelde haar dat het helemaal niet moeilijk was geweest om de witte karbouw te vin¬den. Het was zelfs zo, dat de witte karbouw zelf naar de pa¬leispoort van Bone was gelopen. Hij had de kroonprins de weg gewezen naar de enige vrouw die bij hem paste. En daarom stond hij nu hier voor haar.

Prinses Dewi Tadam¬pali keek de prins opmerkzaam aan… en herkende in hem Jager, de kameraad uit Wajo die haar bosvruchten bracht. Deze keer hoefde prinses Dewi Tadampali niet lang na te denken. Haar ouders en de ouders van de kroonprins van Bone gaven een geweldig trouwfeest.

En ze leefden nog lang en gelukkig!

door Inge Dümpel
Copyright Inge Dümpel & D.D. Oltmans


Creatie datum: 11/12/2016 08:14
Categorie: - Inge Dumpel
Pagina gelezen 2107 keren


Reacties op dit artikel

Er heeft nog niemand gereageerd.

Nieuws van den dag uit het voormalig Nederlandsch-Indië