Zoek
 
Sluiten
INDISCHE ENCYCLOPEDIE
Indopedia
INDOPEDIA
De Indische Encyclopedie
 

Index encyclopedie

Recepten, Gerechten

Djamu (Jamu) - medicinale kruiden , planten en vruchten. Ziekten & Kwalen

Indische Boekrecensies

Verhalen

Bladmuziek Krontjong

Bezoekers vanaf jun. '09

 17894765 Bezoekers

 42 Bezoekers online

rss Deze artikelen zijn ook met een RSS reader te lezen. :
https://www.indopedia.nl/data/nl-articles.xml

Departementen Van Algemeen Bestuur.

Het administratief beheer van Ned.-Indië is verdeeld over de departementen van algemeen burgerlijk bestuur, het departement van oorlog en dat van marine.
De gouverneurs-generaal hadden ten allen tijde personen onder zich die hen terzijde stonden in het algemeen bestuur van de bezittingen en die aan het hoofd stonden van de verschillende takken van bestuur In de compagnies-tijd waren deze de ,,directeur-generaal van de handel”, en de ,,opperkooplieden”, onder Daendels de ,,administrateur-generaal van de handel" en vier "administrateurs", gedurende het Brits tusschen-bestuur een ,,accountant-generaal” en twee ,,sub-accountants", daarna (in 1816) een ,,raad van financiën", bestaande uit een president, een vice-president en zes raden, later een ,,hoofddirecteur van financiën" en vier ,,raden van financiën”, vervolgens een ,,directeur-generaal van financiën" met twee ,,directeuren", nl. een voor 's Lands middelen en domeinen en een voor ’s Lands producten en civiele magazijnen, tezamen genaamd ,,generale directie van financiën" of ,,raad van financiën".
Later kwamen er een ,,directeur over de cultures” en een ,,directeur van de openbare werken” bij. Na invoering van het regeringsreglement van 1854 werden aanvankelijk 5, later 7 ,,directeuren” belast met het beheer over de takken van algemeen burgerlijk bestuur, onder de bevelen en het
oppertoezicht van den gouv.-gen., te weten voor: "binnenlands bestuur”, ,,onderwijs en eredienst", ,,burgerlijke openbare werken", ,,financiën”, ,,justitie”, ,,landbouw, nijverheid en handel” en gouvernementsbedrijven”.
Aan het hoofd van het departement van oorlog' staat de commandant van het leger, aan dat van marine de commandant der zeemacht.
Volgens art. 116 van de Indische Staatsregeling vormen de hoofden van de departementen van algemeen bestuur tezamen een ,,raad van departementshoofden", welks instructie door de gouv.-gen. is vastgesteld.
Verder zijn de hoofden van de departementen, ieder ten aanzien van de zaken zijn departement betreffend gemachtigden van de regering in de volksraad.
Zij voeren daar het woord en verdedigen daar hun begrotingsafdeling namens de gouv.-gen., die verantwoordelijk is voor het gevoerde en te voeren beleid.
Tot de werkkring van het departement van justitie behoren: het personeel van de rechterlijke macht; advocaten en procureurs; deurwaarders; notarissen; tolken en beroepsvertalers; weeskamers; voogdijraden; reispassen naar het buitenland, de toelating van Nederlanders en vreemdelingen in Ned.-Indië; de verwijdering van personen uit geheel Ned.-Indië of uit een bepaald gedeelte daarvan en de aanwijzing van bepaalde verblijfplaatsen; het gevangeniswezen; de gerechtelijke statistiek in Ned.-Indië; de voorlichting van de gouv.-gen. in zake van gratie, amnestie, afschaffing en dispensatie, voor waar het rechtszaken betreft, verzoeken om wettiging, handlichting en derg., een en ander voor zover de gouv.-gen. het advies van de directeur verlangt, nadat van het hooggerechtshof van
Ned.-Indië; verzoeken tot naamsverandering en naam-aanneming en verzoeken betreffende
rechtspersoonlijkheid en naamloze vennootschappen; van toepassingsverklaring van de bepalingen voor Europeanen op personen niet daaraan onderworpen; verzoeken om naturalisatie; de burgerlijke-, handels- en strafwetgeving en alle daarmede en in het algemeen met het rechtswezen in verband staande verordeningen; de buitenlandse dagvaardingen en rogatoire commissies; de strandvonderij; de slavernij en het pandelingschap; de legalisaties, de uitlevering van vreemdelingen; het toezicht op de drukpers (art. 164 I. S.); het toezicht op het recht van vereniging en vergadering (art. 165 I. S.); het uitbrengen van rechtskundig advies in alle zaken, waarover dat advies door de gouv.-gen. wordt verlangd; overheidsbemoeienis ten aanzien van de arbeidsverhoudingen tussen werkgevers en werknemers in Ned.-Indië; dactyloscopie; bestrijding van den zogenaamde handel in vrouwen en kinderen en van die in ontuchtige uitgaven;
het tucht- en opvoedingswezen en het armwezen; het kadaster; kantoor voor het industriële eigendom.
Tot de werkkring van het departement van financiën behoren:
het algemeen toezicht op de ontvangsten en uitgaven en de behoorlijke inning van de inkomsten, alsmede over de ontvangsten en uitgaven voor rekening van derden; de bevordering van een deugdelijk financieel beheer en van een doelmatig gebruik van de landsmiddelen;
de financiële statistiek; de samenstelling van de algemene begroting; het opmaken van de begroting van uitgaven en inkomsten, voor zover niet behorend tot de werkkring van een ander departement; de uitvoering van de begroting, voor zover niet behorend tot den werkkring van een ander
departement; de samenstelling van de algemene rekening van ontvangsten en uitgaven; het opmaken van de rekeningen van ontvangsten en uitgaven in Ned.- Indië, voor zover niet behorend tot de werkkring van een ander departement; het bank- en muntwezen; het beheer van de vlottende en vaste schulden; het beheer en de voorziening in de behoefte van ’s Lands kassen; de gouvernements-accountantsdienst; de belastingen en middelen, verpachte en niet-verpachte, voor zover niet tot enig ander departement behorend; de landelijke inkomsten;
de in- en uitvoerrechten en accijnzen; het venduwezen; de pandhuisdienst; de opiumregie; de zoutregie; de fabrieksmatige bereiding en verpakking van opium; het reiswezen; de toekenning van non-activiteitstraktementen, wachtgelden en onderstanden, voor zover niet aan andere gezaghebbenden opgedragen; de toekenning van pensioenen aan burgerlijke ambtenaren, aan de leerkrachten bij het bijzonder onderwijs, alsmede aan de weduwen van de niet-Europese burgerlijke ambtenaren; de bemoeienis met de onder Landstoezicht staande pensioenfondsen,
voor zover niet tot de werkkring van andere departementen behorend.
Tot de werkkring van het departement van binnenlands bestuur behoren:
de bestuurshervorming; het gewestelijk en plaatselijk bestuur; de decentralisatie; de algemene en de gewapende politie; de particuliere landbouw; de herendiensten; de gemeentediensten;
het volkskredietwezen; de agrarische aangelegenheden; de reispassen en
legitimatie-(aanduidings-)kaarten; het toezicht op landverhuizers; de kolonisatie; de fabrieken; de uitvoering van bouwwerken van eenvoudige constructie; de bouw en het onderhoud van
triangulatiepilaren en andere merktekens en het toezicht op de invoer en de vertoning van bioscoopfilms.
Tot de werkkring van het departement van onderwijs en eredienst behoren:
het onderwijs in zijn gehele omvang, voor zover de bemoeienis met afzonderlijke onderdelen daarvan niet uitdrukkelijk tot de werkkring van andere departementen is gebracht; de eredienst; de toelating van zendelingen; aangelegenheden betreffende de Mekka-bedevaart; de dienst van volksgezondheid, belast met het staatstoezicht op de volksgezondheid, o.m. omvattend het onderzoek naar de staat van de volksgezondheid, het aanhouden van bevolkingsstatistieken, het aangeven van de middelen tot verbetering en de bevordering van de toepassing van die middelen, de rechtstreeksche bestrijding en voorkoming van besmettelijke ziekten en volksziekten, de bevordering van de individuele ziekenverzorging, de bodemassainering, de drinkwatervoorziening en afvalverwijdering en volkshuisvesting; de oudheidkundige dienst; de administratieve zorg voor het kantoor voor Inlandse zaken; de kunsten en wetenschappen (aanrakingen met wetenschappelijke instellingen, - onderzoekingen en - werkzaamheden), voor zover een en ander niet tot de werkkring van andere departementen behoort; de bevordering van de uitgaaf van nuttige boeken en van de taal-, land- en volkenkunde van Ned.-Indië en de volkslectuur.
Tot de werkkring van het departement van economische zaken behoren:
a. de landbouw-, tuinbouw- en visserijvoorlichting, voor zover de zorg daarvoor niet aan anderen is
opgedragen of overgelaten, als ook de plantenquarantaine;
b. de onderzoekingen en verrichtingen op natuurwetenschappelijk gebied, waarop de onder a genoemde voorlichting steunt, met inbegrip van het onderzoek inzake de voorkoming en bestrijding van ziekten en plagen van de cultuurgewassen;
c. de zuiver natuurwetenschappelijke onderzoekingen, niet behorend tot de werkkring van andere departementen, alsmede de bescherming van de natuurrijkdommen en van de in het wild voorkomende planten- en dierensoorten;
d. de overheidsbemoeienis op veeartsenijkundig gebied, voor zover de zorg daarvoor niet aan anderen is opgedragen of overgelaten, alsmede het veeartsenijkundig onderzoek;
e. het boswezen;
f. het landbouwkundig onderwijs, voor zover de zorg daarvoor niet aan anderen is opgedragen of
overgelaten, alsmede het veeartsenijkundig en bosbouwkundig onderwijs;
g. de nijverheidsvoorlichting en de bevordering van de binnenlandse groot- en kleinindustrie, alsmede het verrichten van scheikundige en technische onderzoekingen ten behoeve van 's lands diensten en van handel en nijverheid;
h. de binnen- en buitenlandse handelswaarneming en handelsvoorlichting en de behandeling van
handelspolitieke aangelegenheden;
i. de maatregelen op het gebied van de cultures, de nijverheid en de handel, welke in bijzondere omstandigheden nodig blijken;
j. de overheidsbemoeienis met de mijnbouw in de meest uitgebreide zin, alsmede de verkoop
van ’s lands mijnproducten;
k. de centrale aanschaffing in Nederlands-Indië en omringende landen van voor 's lands dienst benodigde goederen;
l. ijkwezen;
m. de Landsdrukkerij;
n. de landsondernemingen van land- en mijnbouw;
o. de handelsstatistiek en de verzameling van andere statistische gegevens;
p. de uitgifte van vergunningen voor kustvisserij, de verpachting van het recht tot het vissen naar
parelschelpen, paarlemoerschelpen, tripang en sponzen, alsmede de verhuur en verpachting van het
recht tot het inzamelen van eetbare vogelnesten, vleermuizenmest en schildpadeieren, voor zover die bevoegdheid niet aan anderen is overgedragen of overgelaten.

Tot de werkkring van het departement van verkeer en waterstaat behoren:
a. de algemene vraagstukken op verkeersgebied;
b. de aanleg en de exploitatie van de staatsspoor- en tramwegen;
c. het toezicht op de spoor- en tramwegen;
d. de aanleg, het onderhoud en het beheer van de rijwegen, voor zover deze zorg niet aan anderen is opgedragen of overgelaten;
e. het toezicht op het wegverkeer;
f. de bouw en de exploitatie van havens en de werken tot verbetering of instandhouding van reden en zeegaten;
g. de economische vraagstukken op het gebied van het scheepvaartverkeer;
h. de bemoeienis met en het toezicht op de burgerlijke luchtvaart;
i. de post-, telegraaf- en telefoondienst;
j. de postspaarbank;
k. het elektriciteitswezen;
l. de bouw en de exploitatie van waterkrachtwerken;
m. het beheer van de rivieren en andere natuurlijke waterlopen, meren en plassen, voor zover deze zorg niet aan anderen is opgedragen of overgelaten;
n. de aanleg en de exploitatie van bevloeiings-, afwaterings- en waterkeringswerken en verdere werken van waterbouwkundige aard, voor zover deze zorg niet aan anderen is opgedragen of overgelaten; o. de oprichting, het ouderhoud en beheer van landsgebouwen ten behoeve van:
1e. de burgerlijke diensten, voor zover deze zorg niet ingevolge bijzondere regelingen aan de betrokken diensten zelve is opgedragen of overgelaten;
2e. het departement der marine, voor zover deze zorg niet aan het departement van oorlog is opgedragen, met uitzondering van de kustlichtetablissementen;
p. de inhuur van gebouwen ten behoeve van de burgerlijke diensten;
q. de aanleg en de exploitatie van drinkwatervoorzieningen, riolerings- en andere werken in het belang van de volksgezondheid, voor zover deze zorg niet aan anderen is opgedragen of overgelaten;
r. het toezicht op de waterstaat van de op de voet van het zesde hoofdstuk van de Indische staatsregeling ingestelde openbare gemeenschappen.
Het personeel bij de departementen van algemeen bestuur bestaat in het algemeen uit een secretaris, administrateurs, referendarissen, commiezen-redacteur, ten dele met de titel adjunct-referendaris, hoofdcommiezen, 1e, 2e en 3e commiezen, klerken en minder personeel.
Aan de departementen van binnenlands bestuur, onderwijs en eredienst, economische zaken,
en van Verkeer en Waterstaat is een onderdirecteur verbonden.
De verhouding van de hoofden van de departementen tot de hoofden van gewestelijke bestuur is van fijngevoelige aard en niet zonder moeilijkheden.
De laatsten zijn rechtstreeks aan den gouv.-gen. ondergeschikt en niet aan de directeuren, dus ook niet aan den directeur van binnenlands bestuur.
Toch hebben de hoofden van gewestelijk bestuur ten aanzien van takken van algemeen bestuur, over
welke het beheer is opgedragen aan de directeuren, te zorgen voor de goede uitvoering van de algemene verordeningen en bevelen van de gouv.-gen. overeenkomstig de deswege bestaande bepalingen en ,,de aanwijzingen” van de directeuren (art. 15 van de instructie voor de hoofden van gewestelijk bestuur), behoudens de bevoegdheid van de gewestelijke bestuurshoofden om, indien zich daartegen gewichtige bedenkingen verzetten, de uitspraak van de gouv.-gen. in te roepen.
Ook richten deze laatsten voorstellen of brieven over zaken waarin de regering is gemoeid aan de gouv.gen. door tussenkomst van het betrokken departementshoofd.


Creatie datum: 31/08/2017 08:53
Categorie: - D
Pagina gelezen 256 keren


Reacties op dit artikel

Er heeft nog niemand gereageerd.

Nieuws van den dag uit het voormalig Nederlandsch-Indië