Zoek
 
Sluiten
INDISCHE ENCYCLOPEDIE
Indopedia
INDOPEDIA
De Indische Encyclopedie
 

Index encyclopedie

Tel. / adres boeken

Recepten, Gerechten

Djamu (Jamu) - medicinale kruiden , planten en vruchten. Ziekten & Kwalen

Indische Boekrecensies

Verhalen

Bladmuziek Krontjong

Bezoekers vanaf jun. '09

 18151027 Bezoekers

 18 Bezoekers online

rss Deze artikelen zijn ook met een RSS reader te lezen. :
https://www.indopedia.nl/data/nl-articles.xml

Goud (Aurum)

komt in Indië in gedegen toestand en in pyriteuse (zwavelhoudende) ertsen voor, zelden komt het in zuiveren toestand voor; gewoonlijk is het gemengd in zilver en sporen koper.
Het wordt zowel op zijn oorspronkelijke (primaire) ligplaats in kwartsgangen van granieten (de zgn. oude goud-zilverformatie)  in de jong-tertiaire goudzilverformatie (de zgn. jonge goudzilverformatie) als op secundaire soms tertiaire ligplaatsen in gruis- en puinafzettingen (placers, seifen) aangetroffen.
Het grootste deel van de goud- en zilverproductie in Indië is afkomstig uit deze jonge goudzilverformatie.
Ze staat in nauw verband met doorbraken van jong-tertiaire eruptief gesteente, waarbij andesieten, dacieten, in mindere mate rhyolieten, trachieten, phonolieten en basalten aan de dag traden.
Het erts komt vrij in het gesteentemagma voor of in gangen van deze gesteenten of op de grens met het nevengesteente.
Nabij deze doorbraken vindt men nog dikwijls de vulkanische nawerking in de vorm van warme
bronnen of van gasuitstromingen, zoals bij Tambang Sawah in Benkoelen, waar bij de Ajer Poetih
verschillende warme bronnen worden aangetroffen.
De ertsverdeling is op een enkele uitzondering na onregelmatig; rijke partijen wisselen af met arme en zelfs goudloze komen voor.
De gangen strekken zich niet ver naar de diepte uit; het edelmetaalgehalte neemt naar de diepte af. Het erts is in de gangen van verschillende samenstelling, men kent gangen, welke grotendeels alleen uit goud, terwijl een paar bijna geheel uit zilver bestaan; het merendeel bevat beide edelmetalen in verschillende mengingen.
Dikwijls is het sulfidisch erts in meerdere of mindere mate door mangaanerts vergezeld.
Er is tot nu toe één voorkomen bekend waar de zwavel door seleen is vervangen, het is de
goudzilverertsgang van Lebong Donok (Redjang Lebong).
Een andere bijzonderheid van deze gang is dat het goud en het zilver regelmatig over de gehele gang zijn verdeeld.
De onverweerde gangvulling kent men nog niet, men werkt nog steeds in het verweerde deel, n.l. in de oxydatie- en cementatiezone.
De looze gangvulling is kwarts in de vorm van chalcedoon of hoornsteen en bij aanwezigheid van mangaanmineralen, van rosekleurige kiezelmangaan (rhodoniet) en mangaancarbonaat (rhodochorosiet), zwartkleurige mangaanverbindingen als wad en pyrolusiet.
In de Gedang Ilirgang in Bengkoelen tevens een mangaanzeoliet (Inesiet), terwijl in de nabijgelegen Lebong Donokgang een andere zeoliet (Trascottiet,) waarin sporen mangaan, het erts uitsluitend vergezelt.
Deze secundaire mineralen vormen dikwijls korsten om het erts en om de loze gesteentefragmenten. De sulphidische vulling is in de regel argentiet (Ag2S), Pyriet (FeS2), galeniet (PbS), Sfaleriet (ZnS), Chalco pyriet (FeCuS2), terwijl in enkele gangen arseen in de vorm van arsenopyriet optreedt o.a. in
de gangen van het voorkomen van Lebong Simpang (Benkoelen) en Paleleh (Noord Celebes), en antimoon in de vorm van antimoniet (Sb2S3) in de gangen van Mangani (Padangsche Bovenlanden)
en Paleleh.
Waaraan het goud en het zilver primair gebonden zijn, is nog onbekend, vermoedelijk aan chalcopyriet en galeniet.
De verhouding van goud en zilver loopt in de verschillende ertsgangen sterk uiteen.
Bij die van Lebong Simpang is die verhouding 2 op 1, van Lebong Soelit (Ketahoen) 1 op 2½, van Lebong Tandai (Simau) 1 op 13%, in diepere niveaus van deze gang 1 op 15, van de Tambang Sawahgang 1 op 6, van de Salidagang 1 op 40 a 50, van de Gedang Ilirgang 1 op 70 a 80.
De laatste twee gangen zijn feitelijk op te vatten als een zilverertsgang.
De gruis- en puinafzettingen in rivieren en beken zijn van secundaire oorsprong.
De granieten van Sumatra, Borneo en Celebes waren de goudbrengers.
Bij verwering verbrokkelen de kwartsgangen van deze oude goudzilverformatie; het goud komt dan vrij, dat dan met gruis door het regenwater wordt aangevoerd en in beken en rivieren wordt afgezet. De bevolking wint het goud daaruit met de doelang, een houten wasbord, kegelvormig uitgesneden van soms 1 m. doorsnede en vervaardigd uit wortellijsten van de bomen.

Zie ook bij Inlandse ontginningen onder diamant.


Creatie datum: 13/02/2018 10:51
Categorie: - G
Pagina gelezen 266 keren


Reacties op dit artikel

Er heeft nog niemand gereageerd.

Nieuws van den dag uit het voormalig Nederlandsch-Indië