Zoek
 
Sluiten
INDISCHE ENCYCLOPEDIE
Indopedia
INDOPEDIA
De Indische Encyclopedie
 

Index encyclopedie

Tel. / adres boeken

Recepten, Gerechten

Djamu (Jamu) - medicinale kruiden , planten en vruchten. Ziekten & Kwalen

Indische Boekrecensies

Verhalen

Bladmuziek Krontjong

Bezoekers vanaf jun. '09

 18430977 Bezoekers

 27 Bezoekers online

rss Deze artikelen zijn ook met een RSS reader te lezen. :
https://www.indopedia.nl/data/nl-articles.xml

Hindoeïsme.

Het hindoeïsme heeft aan het Polynesisch heidendom (zie op het laatste woord) wel goden toegevoegd, maar heeft het niet verdrongen.
Ook het hindoeïsme gelooft aan zielen en zielsverhuizing; ook hierbij is alles bezield.
Brahma is de wereldziel, de schepper van alle leven.
Soms wordt de ziel als straf gebannen in een dier of hellewezen.
Ook kan de ziel weer worden herboren in een heilige.
Tenslotte wordt ze weer opgenomen in Brahma, de alziel.
De natuur verdeelde men in de delen die men zag: de schepping en de vernieling, daartussen bestaat een onderhoudende kracht.
De scheppende kracht is Brahma, de vernietigende Çiwa, de onderhoudende Wishnoe.
Dit is de trimoerti, de driemacht, welke door een menselijke gedaante wordt voorgesteld.
Çiwa kwam spoedig op de voorgrond:  daaruit ontstond het Çiwaїsme.

In deze vorm kwam het in de archipel.
De drie krachten waren openbaringen van een alkracht.
Veel werk werd gemaakt van beelden in graniet en trachiet; deze beelden zijn bronnen voor de historie.
Op Java bleef het hindoeïsme de godsdienst van de overheersers; daarom ging het door de Islam spoedig te gronde.
Op Çiwa werden attributen van Brahma en Wishnoe toegepast.
Op Java wordt Çiwa afgebeeld als schepper en onderhouder, met attributen van vernietiging: slagtanden, wapenen, doodshoofden, of gezeten op een kring van doodshoofden, in de hand een bloedschaal waaruit hij drinkt.
Oorspronkelijk echter is Çiwa geen boze god, want Çiwa betekent .,goedgunstige", welbekend als mahadewa (oppergod), op Java batara goeroe; als tijdgod heet hij maha kala.

Elke god heeft een sjakti, een vrouw.
Dewi Çri is de vrouw van Çiwa.
Men stelde de schepper wel voor als hemel, het mannelijk deel dat de aarde bevruchtte.
Uit het huwelijk van Çiwa met Dewi Çri kwamen goden voort, die een onderdeel van de wereldproductie vertegenwoordigden.
Ganeça, de grootste zoon, ook  bevelhebber van het  leger, rijksbestuurder, vertegenwoordigt tevens de wijsheid.

Dit hindoeïsme vindt men ook op Java; het moet er zijn gebracht in de 4e of 5e eeuw na Christus. Men heeft  goden van zon, maan, bodem, onderwereld, enz.
Veel  zielen keren in de aarde terug, een soort van hel.
Indra is de verpersoonlijking van de stoffelijke hemel, Brahma,de regengod, hoofd van het paradijs,
Jama, een god van de onderwereld, tegenvoeter van Indra. De hoofdgod van de onderwereld is Koewěra die recht spreekt over de zielen.
De eigenlijke godsdienst kwam neer op het bezoeken van de tempels, waar die goden waren te vinden.

Vandaar bedevaarten, processies op vaste feestdagen.
Ook had men huiseredienst.
De godsdienstige filosofie was van invloed op het opnemen in de alziel.

Hiertoe dienden verschillende middelen: een braaf Ieven leiden, afzondering en zich denken in de gelukzaligheid.
Door de gedachte kon men zalig worden.
 Vormde men broederschappen dan wekte men elkaar op tot zaligmaking; ascetische broederschappen.
Het doel van die broederschappen was het bereiken van een toestand van moksja (= bevrijden, losmaken van het stoffelijke).
Het kluizenaar zijn (täpä) heeft op Java veel invloed gehad; heden ten dage nog, gewijzigd onder invloed van de Islam.

Zodoende vormden zich godsdienstige koloniën, afgezonderd van de overige samenleving.
Tot zaligmaking van de mensheid werden heiligdommen gebouwd, voornamelijk door Hindoe-vorsten die daartoe de middelen bezaten.
Het gewone volk, de overheerste Javaan werd hiervoor gebruikt.
De schenkingen werden veelal op stenen gegrift, ook ter zelfverheerlijking van de vorsten.

De oudste Çiwaїtische inscriptie op Java dateert van 733.
Het bestond er echter veel eerder.
Fah Hiën (einde 4e, begin 5e eeuw), een Chinees reiziger die Java bezocht, vond er het Brahmaїsme.
Op West-Java zijn stenen gevonden die dat bericht bevestigen.
Fah Hiën maakt geen melding van Chinezen op Java. Het Çiwaїsme bestaat op Java niet meer.
Het is waarschijnlijk niet met geweld door de Islam uitgeroeid, maar de eigenlijke Javaan beleed het hindoeїsme niet doch in feite het heidendom.

Op Bali bestaat het hindoeїsme nog.
De Arabieren die de Islam predikten hebben de meeste invloed uitgeoefend in West- en Midden Java, afnemend naar het Oosten.
Op Bali vindt men de oud-Javaanse toestanden terug.
De op Bali meest vereerde godin is Dewi Çri, aldaar genoemd Doergä,  de godin van de landbouw. Çiwa heeft er 6 grote hoofdtempels.
Ook daar zijn heidense goden naast hindoese.
Het godsdienstsysteem verdeelt de mensen in meer of minder volmaakte.
Niet alleen in het leven hiernamaals, maar ook hier kan men een hogere zaligheid deelachtig worden.
De mensen zijn ingedeeld in vier kasten, die ook nu nog op Bali bestaan.
De kastenindeling houdt verband met de wedergeboorte van de ziel.
Het woord voor kaste is djati = geboorte, of warna = kleur.
De hoogste kaste bevat hen die op aarde de hoogste zaligheid hebben bereikt, de Brahmanen, wier ziel één is met Brahma.
In 't algemeen zijn zij het die de zaligheid hebben gezocht, asceten, de priesters.
Brahmanen mogen huwen en kunnen koopman zijn of landbouwer; zij behoeven niet steeds te zoeken naar de zaligheid.
Op Bali heet deze klasse die van de ida's; veelal zijn het afstammelingen van vroegere asceten.
De kaste is erfelijk geworden.
De geletterden zijn onder hen de voornaamsten; het is dus de priesterklasse; ook zijn zij onderwijzers, waarzeggers, tijdwichelaars.

De tweede kaste is die van de Ksatria ‘s, op Bali dewa's genaamd.
Oorspronkelijk waren dit de ridders, krijgers in Hindostan, welke kaste ook de vorsten omvatte.
Op Bali behoorde alleen de vorst van Kloengkoeng tot de dewa’s; hij was de dewa agoeng (de grote god).
De overige voormalige vorsten op Bali behoorden tot de 3e kaste, die van de Weca‘s, de landbouwers en de kooplieden, die de titel goesti voeren.
De 4e kaste is eigenlijk geen kaste, maar omvat allen die niet tot een kaste behoren, op Java dus vroeger de heidense Javanen, op Bali dezelfde groep, de oorspronkelijke inheemsen, Bali- aga genaamd. (Zie Bali).
Onderscheid in kleding voor de kasten bestaat niet.
Van Bali uit werd het Çiwaїsme op Lombok gebracht.
Ook daar heeft men de kastenindeling, ook daar behoort de oorspronkelijke bevolking, de Sasaks, tot de sjoedra.’s.
De Sasaks ziin Moslims, de Bali-aga heidenen.
De hindoes op Bali en Lombok noemen zlch ook wel de wong Modjopahit (de lieden van Modjopahit) naar het laatst bestaande hindoerijk op Java.


Creatie datum: 30/08/2018 11:36
Categorie: - H
Pagina gelezen 337 keren


Reacties op dit artikel

Er heeft nog niemand gereageerd.

Nieuws van den dag uit het voormalig Nederlandsch-Indië