Zoek
 
Sluiten
INDISCHE ENCYCLOPEDIE
Indopedia
INDOPEDIA
De Indische Encyclopedie
 

Index encyclopedie

Tel. / adres boeken

Recepten, Gerechten

Djamu (Jamu) - medicinale kruiden , planten en vruchten. Ziekten & Kwalen

Indische Boekrecensies

Verhalen

Bladmuziek Krontjong

Bezoekers vanaf jun. '09

 18151031 Bezoekers

 22 Bezoekers online

rss Deze artikelen zijn ook met een RSS reader te lezen. :
https://www.indopedia.nl/data/nl-articles.xml

Industrie.

De primitieve Inlandse samenleving kende geen industrie zoals het Westen die heeft.
De meeste nijverheid was huisnijverheid.
Waar zich in sommige landstreken industrieën (pottenbakkerijen, metaalbewerking, snij-en vlechtwerk) op grotere schaal ontwikkelden gebeurde dit niet uit economische drang, maar om te voldoen aan de vraag naar weeldeartikelen van vorsten en groten.
De levensbehoeften van de Inlander waren en zijn in het algemeen nog betrekkelijk gering.
Ieder oefende een eigen ambacht uit ten eigen bate.
In de desa’s was soms, maar niet altijd, een timmerman, een smid, soms voor meer dan één desa.
Door betere gereedschappen rees de kwaliteit van het werk in de laatste decennia.
Het smids-vak staat bij de Inlander goed aangeschreven. (Een naam voor smid is toekang pandai, d.i. de bekwame werkman).
Gouden zilversmederij staat op zeer hoge trap, evenals de koperbewerking welke er veelal mee samengaat.
De makers van kammen, heften van krissen of krissen, staan ook in aanzien; het lemmet van de kris wordt vaak gedamasceerd.
Deze lieden maken ook wajangpoppen (van buffelleer en buffelhoorn). Steenhouwers zijn er alleen voor grafstenen.
De weefindustrie wordt voornamelijk door vrouwen uitgeoefend en was zeer ontwikkeld.
Deze industrie ging bijna te niet door de import van Europese stoffen, maar eertijds maakte de Javaan zijn kleren zelf, van de kapas(katoenplant), waarvan de vruchten draadaanhangsels hebben.
Dit ongesponnen katoen werd op primitieve wijze geweven.
Niettemin was dit inheemse maaksel van zeer goede kwaliteit.
Voor het verven van deze weefsels zie Batikken.
De vorstenlandse batik-industrie leefde in de 2e helft van 1933 weer enigszins op.
Voor de hoeden-industrie zie aldaar.
Door tal van politieke en economische omstandigheden, o.a. de overgang van producten- naar de geldhuishouding werd de economische behoefte geschapen en daardoor de drang naar ambachtskennis.
Dat de praktische behoefte bevrediging zocht ten koste van de kunstnijverheid ligt voor de hand.
Met de gestadige toeneming van de industriële behoeften in Indië hebben Overheid en particulier de verplichting gevoeld gelegenheid te scheppen om, voor zover mogelijk was, daaraan binnen het eigen gebied te voldoen.
Bij het departement van economische zaken is sedert 1918 te Buitenzorg een afdeling „Nijverheid” welke in de meest uitgebreide zin voorlichting verschaft, zowel aan de Europese als de inheemse industrie.
Onder het hoofd van deze afdeling zijn nijverheidsconsulenten werkzaam. Onderzoekingen worden verricht en voorlichting verstrekt in belang van de steen- en pannenbakkerij, van de leerlooierij, terwijl de textielnijverheid wordt bevorderd.
Ook wordt gelegenheid geven tot het ontvangen van practisch onderricht. Ter voorlichting van de batiknijverheid werd in 1929  te Jogjakarta een proefstation opgericht.
Eveneens tot deze afdeling behoort het analyselaboratorium voor het verrichten van onderzoekingen ten behoeve van industrie, handel en cultuur.
Voor het nijverheidsonderwijs op Westerse grondslag zijn de Europese ambachtsschool Batavia en de openbare scholen voor technisch onderwijs te Batavia, Soerabaja, Jogjakarta en Bandoeng voor opleiding voor de lagere middelbare betrekkingen van technische en industriële aard.
In Semarang is een particuliere technische school (met gouvernementssubsidie).
De gemeente Soerabaja heeft een dagschool met burgeravondschool voor bouw- en werktuigkundigen.
Ook Semarang heeft een particuliere technische avondschool („mangoenhardjo”).
Te Soerabaja nog de suikerschool van de bond van geëmployeerden bij de suikerindustrie.
Ook bij het leger worden kinderen van Europese afkomst opgeleid tot ambachtslieden.
Op inheemse grondslag zijn de openbare ambachtsleergangen op een 13-tal plaatsen op Java en te Makasser, Medan, Padang en Siboga; de voertaal is Maleis of de landstaal.
Filiaalleergangen zijn gevestigd op 11 plaatsen op Java en 4 op Sumatra. Verder heeft men op Java een 12-tal particuliere inrichtingen van ambachtsonderwijs.
Een 5-tal gemeenteraden en een 5-tal regentschapsraden hebben eveneens dergelijke inrichtingen, allen op inheemse grondslag.
Ten slotte zij vermeld dat de vereniging „Nederl.-Indische Jaarbeurs [zie Jaarbeurs (Nederl.-Indische)] zich ten doel stelt de belangen van de Ned.-Indische nijverheid en handel te bevorderen.
Tegen de vestiging van een textielindustrie in Ned.-Indië stond men min of meer afwijzend.
De laatste tijd is hierin een kentering te bespeuren en begint men het belang van de vestiging van zo’n industrie meer en meer in te zien.


Creatie datum: 17/12/2018 09:28
Categorie: - I
Pagina gelezen 280 keren


Reacties op dit artikel

Er heeft nog niemand gereageerd.

Nieuws van den dag uit het voormalig Nederlandsch-Indië