Zoek
 
Sluiten
INDISCHE ENCYCLOPEDIE
Indopedia
INDOPEDIA
De Indische Encyclopedie
 

Index encyclopedie

Tel. / adres boeken

Recepten, Gerechten

Djamu (Jamu) - medicinale kruiden , planten en vruchten. Ziekten & Kwalen

Indische Boekrecensies

Verhalen

Bladmuziek Krontjong

Bezoekers vanaf jun. '09

 18151047 Bezoekers

 28 Bezoekers online

rss Deze artikelen zijn ook met een RSS reader te lezen. :
https://www.indopedia.nl/data/nl-articles.xml

Missie (Rooms Katholieke).

Toen de Portugezen zich in 1511 van Amboina en Ternate meester maakten deden de eerste Katholieke missionarissen er met hen hun intrede.
Het Katholieke geloof verbreidde zich in deze streken met een waarlijk wonderbaarlijke snelheid.
Zonder twijfel moet dit welslagen grotendeels worden toegeschreven aan den ontembare ijver van den heilige Francesco de Xaverius, die in 1546 te Ambon en Ternate kwam.
Weldra werd het Evangelie in de hele archipel gepredikt: in Atjeh, in de Bataklanden, op Sumatra, Java, Borneo, Celebes, in de Molukken en de Kleine Soenda-eilanden, op Nieuw-Guinee, overal was de oogst overvloedig,
tot de aanvang van de 17e eeuw, toen de Nederlanders achtereenvolgens al deze landen op de Portugezen veroverden.
Het was in dezelfde tijd dat, evenals in de Nederlanden, de oorlog werd verklaard aan het Katholieke geloof.
De bloeiende missies werden verstrooid en het was pas na de val van de Oost-Indische Compagnie, die in 1800 haar rechten moest afstaan aan de staat, dat de gelegenheid werd geopend de onderbroken en geheel weggevaagde arbeid wederom ter hand te nemen.
Bij de troonsbestijging van koning Lodewijk Napoleon in 1806 werd aan Holland een nieuwe grondwet gegeven en in 1807 kreeg de gouverneur-generaal Daendels de instructie dat de gouverneur-generaal er voor zal waken, dat alle godsdiensten vrijheid zullen hebben hun eredienst uit te oefenen.
De eerste missionarissen, twee wereldlijke priesters, kwamen in april 1808 te Batavia aan, en begonnen hun arbeid onder tamelijk moeilijke omstandigheden.
Te Batavia, Semarang en Soerabaja werden staties opgericht; pas in 1834 kon dit te Padang plaats hebben, de eerste statie buiten Java.
Toen in 1843 een overeenkomst werd gesloten tussen de Nederlandsche regering en de Heilige Stoel waren in Ned.-Indië slechts vier missionarissen werkzaam.
Bij deze overeenkomst werd een apostolisch vicariaat voor Indië ingesteld.
De apostolisch prefect Graaff werd benoemd tot bisschop en apostolisch vicaris.
In 1847 werd een nieuw reglement vastgesteld, dat tot op heden de grondslag vormt van de betrekkingen tussen de missie en het gouvernement.
In de volgende periode werd een missie gesticht ten behoeve van de Chinese werklieden op Bangka.
De eerste statie voor de inheemse bevolking werd in 1854 ingesteld voor de Bataklanden, welke echter bij gebrek aan missionarissen moest worden prijs gegeven.
De eerste nonnen kwamen in 1855 in de archipel.
Het waren de zusters Ursulinen, die tehuizen stichtten te Batavia en later in andere steden en die bekendheid verwierven dankzij het onderwijs en de opvoeding die zij aan de vrouwelijke jeugd gaven.
Aangezien het aantal wereldlijke geestelijken te gering bleef, verzocht de aartsbisschop van Utrecht de Jezuïeten zich te willen belasten met de missie in Ned.-Indië.
De twee eerste Jezuïeten kwamen er in 1859, en hun aantal nam daarna geregeld toe.
Hun veld van werkzaamheid beperkte zich niet tot Java, maar men stichtte nieuwe staties te Makassar, Medan en Kotaradja.
De nieuwe en vruchtbare missie op Flores (1860) verdient afzonderlijk vermelding.
In 1862 openden de broeders van de Christelijke Scholen van Oudenbosch een jongensschool te Soerabaja en kwamen de Zusters Franciscanessen van Heijthuysen, later gevolgd door Zusters van andere Congregaties.
Veel Manadonezen waren katholiek geworden tijdens hun militairen dienst op Java en elders, hetgeen de noodzakelijkheid met zich bracht om in de Minahassa, hun vaderland, een nieuwe statie te stichten.
Nieuwe staties werden gesticht onder de heidenen op Borneo (1885), in de Riouwarchipel en te Benkoelen (1888).
Uiteindelijk 1894  werd in 1894 een eerste missie ingesteld onder de Mohammedanen, te Moentilan, in Midden-Java (1894).
Mgr. Luypen, Apostolisch Vicaris van Batavia vond het aantal missionnarissen te gering voor de uitgestrektheid van zijn Vicariaat en het is aan hem te danken dat een verdeling van het veld van werkzaamheid plaats vond.

In 1902 werd de apostolische prefectuur van Nederlandsch Nieuw-Guinee ingesteld en toevertrouwd aan de missionarissen van het Heilig Hart, in 1920 verheven tot vicariaat; in 1905 gevolgd door de instelling van de prefectuur van Nederlands Borneo, in 1918 verheven tot vicariaat en in 1911 van die van Sumatra en omliggende eilanden, alle toevertrouwd aan de Paters Capucijnen.
Sedert 1913 maken de Kleine Soenda-eilanden een afzonderlijke prefectuur uit, bediend door de Paters van het Goddelijk Woord van de Congregatie van Steijl, in 1922 verheven tot vicariaat.
De Jezuïeten verzorgen de missie op Java.
Maar aangezien de werkzaamheden steeds toenamen en de missionarissen hun steeds groeiende taak niet meer af konden werd de verdeling van het terrein doorgezet tot Java. Nog andere orden en congregaties werden geroepen om deel te nemen aan de evangelisatiearbeid (zie hieronder).
In 1921 werd het Melaniawerk (een afdeling van de in 1912 opgerichte Indische missievereniging) opgericht met het doel inheemse vrouwen en moeders katholiek en maatschappelijk te vormen.
Het Melaniawerk heeft een 10-tal bijzondere scholen; het moedigt aan en onderhoudt de briefwisseling tussen Europese en inheemse vrouwen; het verschaft deze laatste goede katholieke boeken.
Verder heeft het een kliniek en verleent het verloskundige hulp thuis; het heeft een katholieke Javaanse vroedvrouw en een beambte voor maatschappelijk werk in dienst.
De Katholieke Kerk van Nederlands-Indië wordt geheel als missiegebied beschouwd en ressorteert daardoor onder de ,,Sacra Congregatio de Propaganda Fide” te Rome.
Zij is verdeeld in de volgende zelfstandige gebieden:

A. op Java:

  1. het Apostolisch Vicariaat van Batavia, met hoofdzetel te Batavia, omvattend de residenties Bantam, Buitenzorg, Semarang, de regentschappen Batavia, Mr. Cornelis, Koedoes, Pati, Magelang en Temanggoeng, alsmede de gouvernementen Jogjakarta en Soerakarta. De zielzorg in dit vicariaat is toevertrouwd aan de sociëteit van Jezus: Paters Jezuïeten, terwijl als medewerkers werkzaam zijn Minderbroeders Franciscanen en de Missionarissen van de Heilige Familie. (Kon. besl. van 16 dec. 1842 No. 72).
  2. de Apostolische Prefectuur van Malang, met hoofdzetel te Malang, omvattende de residenties Malang, Probolinggo, Besoeki en Madoera van de provincie Oost-Java. De geestelijke verzorging is opgedragen aan de Paters Carmelieten (G. B. van 26 nov. 1927 No. 32).
  3. de Apostolische Prefectuur van Soerabaja, met hoofdzetel te Soerabaja, omvattend de residenties Soerabaja, Bodjonegoro, Kediri, Madioen van de provincie Oost-Java en de regentschappen Rembang en Blora van de residentie Japara-Rembang van de provincie Midden-Java. De geestelijke verzorging is opgedragen aan de Paters Lazaristen (G. B. 19 juni 1928 No. 47).
  4. de Apostolische Prefectuur van Poerwokerto, met hoofdzetel te Poerwokerto, omvattend de afdelingen Pekalongan en Banjoemas, alsmede de regentschappen Wonosobo, Poerworedjo, Koetoardjo en Keboemen van de afdeling Kedoe van de provincie Midden-Java. De geestelijke verzorging is opgedragen aan de Congregatie van de Missionarissen van het Heilig Hart van Jezus (G. B. 17 juni 1932 No. 50).
  5. de Apostolische Prefectuur van Bandoeng, met hoofdzetel te Bandoeng, omvattend de afdelingen Priangan en Cheribon, alsmede het regentschap Krawang van de afdeling Batavia van de provincie West-Java. De geestelijke verzorging is opgedragen aan de Congregatie van de Reguliere Kanunniken van het Heilig Kruis (G. B. 17 juni No. 50).

B. in de Buitengewesten:

  1. het Apostolisch Vicariaat van Ned.-Nieuw-Guinea, met hoofdzetel te Toeal, omvattend het oostelijk van 125° 30' O.L. gelegen gedeelte van de Nederlands-Indische Archipel. De geestelijke verzorging is opgedragen aan de missionarissen van de Congregatie van het Heilig Hart van Jezus te Tilburg (G. B. van 28 mei 1904 No. 28).
  2. het Apostolisch Vicariaat van Ned.-Borneo, met hoofdzetel te Pontianak, omvattend het tot Ned.-Indië behorende deel van het eiland Borneo. De geestelijke verzorging is opgedragen aan de Paters Kapucijnen van de Ned. Provinciën (G. B. 25 aug. 1932 No. 32).
  3. het Apostolisch Vicariaat van de Kleine Soenda-eilanden met hoofdzetel te Ndona (Ende), omvattend de Kleine-Soenda-eilanden, gelegen ten oosten van Java en ten zuiden van Celebes, doch westelijk van 125° 30'. De geestelijke verzorging is opgedragen aan de Paters van het Goddelijk Woord van Steyl (G. B. 22 dec. 1913 No. 44 en 17 mei 1922 No. 1).
  4. het Apostolisch Vicariaat van Padang, met hoofdzetel te Padang, omvattend de gewesten Sumatra ’s westkust, Tapanoeli, oostkust van Sumatra, Atjeh en Onderh. en de afdeling Indragiri van de residentie Riouw en Onderh. De geestelijke verzorging is opgedragen aan de Paters Kapucijnen van de Ned. Provincie (G. B. 6 jan. 1925 No. 22 en G. B. 25 aug. 1932 No. 32).
  5. de Apostolische Prefectuur van Celebes, met hoofdzetel te Manado, omvattend de residentie Manado en het gouvernement Celebes en Onderh. De geestelijke verzorging is opgedragen aan de missionarissen van het Heilig Hart van Jezus te Tilburg (G. B. 31 maart 1920 No. 32).
  6. de Apostolische Prefectuur van Bangka Billiton en de Riouw-archipel, met hoofdzetel te Pangkalpinang, omvattend de Riouw-archipel (uitgezonderd Indragiri) en de eilanden Bangka en Billiton. De geestelijke verzorging is opgedragen aan de Paters missionarissen van de H. Harten te Ginniken bij Breda (G. B. 9 sept. 1924 No. 7).
  7. de Apostolische Prefectuur van Benkoelen, met hoofdzetel te Palembang, omvattend de gewesten Benkoelen, Lampoengse Districten, Palembang en Djambi. De geestelijke verzorging is opgedragen aan de Priesters van het Heilig Hart (G. B. 8okt. 1924 No. 21 jo. G. B. 23 dec. 1926 No. 35).


De hoofden van deze missiegebieden en hun ondergeschikte geestelijken worden kerkelijk benoemd door of vanwege de Heilige Stoel, erkend door den Gouverneur-Generaal van N.-I. en bezoldigd uit ’s Lands kas voor zover zij behoren tot het bij de begroting vastgestelde aantal van bezoldigde geestelijken.
De wijze, waarop deze erkenning geschiedt, is vastgelegd in de z.g. „Nota der Punten” betreffende de Rooms-Katholieke kerkaangelegenheden in Ned.-Indië, daterend van 1847.
Bij G. B. van 12 aug. 1913 No. 30 (Bijbl. No. 9703) is een nadere regeling vastgesteld van de verhouding van de R.K. Kerk in Ned.-Indië tot de Regering in verband met de vorming van apostolische prefecturen in de Buitengewesten.
Ter behartiging van de gemeenschappelijke en afzonderlijke belangen van Rooms-Katholieke Missies in Ned.-Indië is op 1 november 1931 het Centraal Missie-bureau opgericht.
Het is gevestigd te Batavia (Menteng 40).
Het Missiebureau treedt in opdracht van de Kerkvoogden op als vertegenwoordiger van de R.K. Missies voor de behandeling van alle missieaangelegenheden met de Regering in Indië en met andere instellingen zowel in Indië als in Nederland of elders.
Het is voorlopig verdeeld in twee afdelingen, n.l. afdeling A „Algemene Zaken” en afdeling B „Onderwijs en Opvoeding”.
De Rooms-Katholieke geestelijken, die in Indië uit ’s Lands kas bezoldigd worden, zijn verdeeld in drie rangen.

Zoals uit het voorgaande reeds blijkt, werken naast de priesters in  dienst van de katholieke kerk in Ned.-Indië veel mannelijke en vrouwelijke religieuzen en ook leken, die zich wijden aan het geven van onderwijs, aan ziekenverpleging, aan opvoeding van wezen en verlaten kinderen, aan verzorging van de armen, enz.
Vele jeugdige inheemsen van verschillende bevolkingsgroepen wijden zich reeds aan de studie voor het priesterschap.
In Ned.-Indië zijn drie kleine seminaries, nl. te Jogjakarta, te Todabeloe (Flores) en te Woloan (Celebes).
Een volledige filosofische cursus van drie jaar is in eerstgenoemde plaatse gevestigd, terwijl verschillende Javaanse seminaristen in Nederland hun theologische studie voltooien.
De volledige opleiding duurt na het lager onderwijs minstens twaalf jaren en het studieplan, ook voor de hogere vorming, staat op gelijke lijn met de opleiding in de seminaries in Europa.
Ook zijn in verschillende Apostolische Vicariaten en Prefecturen inheemse jongens en meisjes in opleiding voor het kloosterleven en velen wijden zich reeds naast de Nederlandse religieuzen aan de werken van liefdadigheid, door de broeders en zusters beoefend.
Zeer intensief en uitgebreid is de Katholieke werkzaamheid op het gebied van onderwijs, ziekenverpleging, jeugdzorg, enz.
Eind 1932 bedroeg het aantal in de archipel arbeidende priesters 337, dat van de broeders 320, van de zusters 1216, van de seminaristen 142 en van de Inlandse hulpleraren 14.
Het totaal aantal Rooms-Katholieken in Ned.-Indië bedroeg op genoemd tijdstip 354.278, waaronder 67.279 Europeanen en 286.999 Inlanders.


Creatie datum: 01/09/2020 09:48
Categorie: - M
Pagina gelezen 50 keren


Reacties op dit artikel

Er heeft nog niemand gereageerd.

Nieuws van den dag uit het voormalig Nederlandsch-Indië