Zoek
 
Sluiten
INDISCHE ENCYCLOPEDIE
Indopedia
INDOPEDIA
De Indische Encyclopedie
 

Index encyclopedie

Bandung adresboek

Recepten, Gerechten

Djamu (Jamu) - medicinale kruiden , planten en vruchten. Ziekten & Kwalen

Indische Boekrecensies

Verhalen

Bladmuziek Krontjong

Bezoekers vanaf jun. '09

 18103849 Bezoekers

 26 Bezoekers online

rss Deze artikelen zijn ook met een RSS reader te lezen. :
https://www.indopedia.nl/data/nl-articles.xml

Oostkust van Sumatra.

Dit gouvernement was vroeger een onderdeel van Riouw en Onderhorigheden en is in 1873 tot een afzonderlijk gewest verheven.
Het wordt bestuurd door een gouverneur, zetelend op de hoofdplaats Medan (rechtstreeks bestuurd gebied).
Het gouvernement is verdeeld in 5 afdelingen:

  1. Deli en Serdang, omvattend de sultanaten Deli en Onderhorigheden en Serdang,
  2. Langkat, omvattend het gelijknamige sultanaat,
  3. Asahan, omvattend het gelijknamige sultanaat en enige andere zelfbesturende landschappen,
  4. Bengkalis en
  5. Simeloengoen en de (Karolanden (zie voor de onderverdeling op de namen van de afdelingen). Het gewest telt bijna 1.700.000 inwoners, waaronder ruim 11.000 Europeanen en bijna 192.000 Chinezen.

Het gewest is 2½ maal zoo groot als Nederland en 2/3 van Java.
De rivieren zijn in het algemeen niet goed bevaarbaar voor zeeschepen, omdat zich voor de mondingen slibbanken vormen.
Een uitzondering hierop is de Siakrivier, die voor kleinere zeestomers bevaarbaar is tot Pakanbaroe (zie aldaar).
Andere rivieren van enig belang zijn de Panai, Belawan, Langkat, Koealoe, Kampar, Rokan, Asahan, enz.
De kuststreek is alluviaal en door de geregelde overstromingen van de rivieren vruchtbaar, behoudens het met rizoforen begroeide moerassige gedeelte.
Het noordwestelijk gedeelte van het gewest is bergachtig en vulkanisch. De noordelijke uitloper van het Wilhelminagebergte is de
Goenoeng Bandahara (3060 m.), de zuidelijke de Goenoeng Sinaboeng
(2412 m.), een werkende vulkaan.
De Sibajak (2172 m.) is eveneens een werkende vulkaan.
De enige geschikte baai in dit gewest is de Aroebaai, waaraan gelegen het plaatsje Pangkalansoesoe, eindpunt van de Delispoor en Atjehtram en waar de Bataafse Petroleum Maatschappij haar afscheepplaats, raffinaderij en bewaarplaats heeft.
Tot de inheemse bevolking behoren de Bataks (Karolanden, zie aldaar); tot de oerbevolking de Orang Talang tussen de Siak- en de Kamparrivier en aan de Mandau, een zijrivier van de Siakrivier; de Orang Sakai in het
Rokangebied en aan de bovenloop van de Mandau; de Orang Akit aan de monding van de Siakrivier en op het eiland Roepat; de Orang Hoetan en de Orang Rawa op de eilanden voor en tussen de mondingen van de Siak- en Kamparrivier.
De vier laatstgenoemde stammen zijn heidenen; zij en de Orang Talang zijn wellicht van Javaanse oorsprong.

De overige inheemse inwoners van het gewest zijn Maleiers van Minangkabause oorsprong, doch sterk vermengd met andere Inlandse stammen.
Door import van werkkrachten voor de cultuurondernemingen zijn tal van Chinezen, Javanen en Voor-Indiërs in het gewest werkzaam.
Hun aantal is echter door de ongunstige tijdsomstandigheden sterk gedaald.
Atjeh heeft in dit gewest grote invloed uitgeoefend.
Deli, Panai, Asahan weren Atjehse onderhorigheden.
Siak was een Minangkabause onderhorigheid.
De Minangkabause invloed is duidelijk merkbaar, evenals in Batoebahra, dat later een Siakse onderhorigheid was.
De Maleiers van Asahan, Deli, Sërdang en Langkat zijn gemengd
Minangkabaus-Djohors; die van Panai, Bila, de kust van Siak en van
Pelalawan (alle zelfbesturende landschappen) zijn meer Djohors.
Bij het sluiten van het Siak-traktaat in 1858 erkenden Deli en Langkat de soevereiniteit van het gouvernement; Asahan deed dat in 1865 na een daar heen gezonden militaire expeditie.
Siak werd in 1745 aan de O.I. Compagnie afgestaan; het duurde echter tot 1760 voordat de sultan van Siak zich aan de Compagnie onderwierp.
De compagnie en later het gouvernement lieten zich aan dit deel van Sumatra weinig gelegen liggen.
Pas bij het reeds genoemde Siak-traktaat (1858) werd hier de orde gevestigd; Siak en Onderhorigheden werd een afdeling van de residentie Riouw.
De ontwikkeling van de gebeurtenissen gaf aanleiding tot klachten van Engelse zijde.
In verband met andere omstandigheden (pogingen van de sultan van Atjeh in 1863 om een verbond met Turkije te sluiten, opening van het Suezkanaal, waardoor Engeland inmenging van andere mogendheden vreesde) werd met Groot-Brittannië en Ierland het Sumatra-traktaat gesloten (1872), waarbij dat rijk zich verbond zich te onthouden van alle zaken Sumatra betreffend en Nederland op dat eiland de vrije hand werd gelaten op voorwaarde dat de Engelse handel dezelfde voorrechten zou genieten als de Nederlandse. Toch duurde het nog tot 1884 voordat het gouvernement zijn politiek van onthouding jegens Siak liet varen.
De sultan van Siak bleek niet in staat zijn rechten op zijn gebied te doen eerbiedigen, met name was dit het geval met de Onderhorigheden van Siak.
In genoemd jaar kocht het gouvernement de rechten op de onderhorigheden af.
Hierdoor kwamen Deli, Langkat en Serdang onder Nederlands gezag. Bengkalis was in 1873 reeds door het gouvernement in vol eigendom van de sultan van Siak afgekocht.
Sedert dat jaar was (zie boven) de oostkust van Sumatra een zelfstandig gewest (residentie) en woonde het hoofd van gewestelijk bestuur te Bengkalis.
Dit was nu niet meer nodig en aangezien Medan het centrum was geworden van de zich intussen ontwikkeld hebbende cultures werd Medan de zetel van de resident.
Voor de ontwikkeling van Deli, zie aldaar.
In 1915 werd het gewest een gouvernement, ten koste van Sumatra ’s Westkust, dat van gouvernement tot residentie werd gereduceerd.
In 1909 werd ingesteld een plaatselijke raad van het cultuurgebied van de oostkust van Sumatra, onder voorzitterschap van de gouverneur.
Het cultuurgebied van de oostkust van Sumatra omvat de afdelingen Deli en Sërdang, Langkat en Asahan en de onderafdeling Simeloengoen van de afdeling Simeloengoen en de Karolanden.
De raad telt 29 leden.
Ambtshalve zijn leden van de raad de assistent-residenten van Deli en Sërdang, Simeloengoen en de Karolanden en van Asahan, zo ook de assistent-resident ter beschikking van het hoofd van gewestelijk bestuur en de controleur van Sërdang.
De zelfbestuurders van de vier genoemde landschappen zijn ook lid van de raad.
De vergaderingen van de raad worden gehouden te Medan.

Eveneens in 1909 werd ingesteld de gemeenteraad van Medan, onder voorzitterschap van de burgemeester van Medan.
De gemeenteraad telt 17 leden.
Het Deli-spoor (zie ook onder Deli) loopt van Rantauprapat in het zuiden naar Besitang (waar hij aansluit aan de Atjehtram), met zijlijnen naar Tandjongbalai, Pematangsiantar, Bangoenpoerba, Batoe, Arnhemia, Belawandeli, Koeala en Pangkalansoesoe.
Een autoweg verbindt Medan (en daardoor de andere aan het gewestelijk wegennet gelegen plaatsen) via het gewest Tapanoeli met Padang, de hoofdplaats van Sumatra ’s Westkust.
Het wegennet in het cultuurgebied is in overeenstemming met de eisen des tijds.
De wegen in de afdeling Bengkalis zijn schaars.
Pakanbaroe aan de Siakrivier (zie boven) is door een autoweg verbonden met Sumatra ’s Westkust (en zodoende met Padang) en met Taloek
(Indragiri) aan de bovenloop van de Koeantan.
De landbouw in het cultuurgebied is hoofdzakelijk in handen van Europese ondernemingen.
De voornaamste van deze grootcultures is die van tabak, hoofdzakelijk gedreven in Deli en Langkat (zie ook onder Deli).
Andere cultures van belang zijn die van rubber, koffie (Serdang, Batoebahra, Asahan), thee (Simeloengoen), klapper (aan de kust), cassave (Deli), en oliepalm en gambier in Asahan.
De Inlander verbouwt rijst, mais en peper.
Rijst wordt niet in voldoende mate verbouwd om in de behoefte (mede door de ondernemingen) te voorzien en wordt in grote hoeveelheden ingevoerd, hoezeer de sawa-cultuur grote uitbreiding heeft ondergaan.
De afgeplante tabaksvelden worden gedurende één oogstjaar aan de bevolking afgestaan voor de beplanting met rijst.
Ook door de inheemse bevolking wordt (werd?) veel rubber geplant.
Zij teelt ook klappers en sago.
De Deliplantersvereniging heeft te Medan een proefstation voor de tabaks- en andere cultures, de Algemene vereniging van rubberplanters aan de Oostkust van Sumatra (A.V.R.O.S.) heeft een eigen proefstation, eveneens te Medan.
Visserij wordt veel uitgeoefend langs de kust en aan de mondingen van de rivieren.
Hoewel ook de Maleier vist, zijn het toch voornamelijk Chinezen die dit bedrijf uitoefenen.
Vooral te Bagansiapiapi (zie aldaar) is een belangrijke Chinese nederzetting die hoofdzakelijk van visserij leeft en van garnalenvangst. De vis wordt gezouten of gedroogd, de garnalen gedroogd uitgevoerd; ook trassi wordt er bereid.
Zoals bekend wordt Straat Malakka druk bevaren: zij is goed bebakend en van lichten voorzien.
De Oostkust van Sumatra heeft goede havens: Bèlawan, Pangkalanbrandan, Pangkalan, Pangkalansoesoe, Tandjoengbalae, Laboeanbilik, Tandjoengpoera, Koealoe, Bengkalis, Bagansiapiapi, Selat Pandjang, Pakanbaroe.
Voor verdere bijzonderheden zie op de namen van de afdelingen en onderafdelingen.


Creatie datum: 16/11/2020 10:29
Categorie: - O
Pagina gelezen 17 keren


Reacties op dit artikel

Er heeft nog niemand gereageerd.

Nieuws van den dag uit het voormalig Nederlandsch-Indië