Zoek
 
Sluiten
INDISCHE ENCYCLOPEDIE
Indopedia
INDOPEDIA
De Indische Encyclopedie
 

Index encyclopedie

Recepten, Gerechten

Djamu (Jamu) - medicinale kruiden , planten en vruchten. Ziekten & Kwalen

Indische Boekrecensies

Verhalen

Bladmuziek Krontjong

Bezoekers vanaf jun. '09

 17975501 Bezoekers

 39 Bezoekers online

rss Deze artikelen zijn ook met een RSS reader te lezen. :
https://www.indopedia.nl/data/nl-articles.xml

Herinneringen van een Stadswachter van Semarang.

December 1941-December 1945.



6) De reis Batavia - Singapore.

    Het was omstreeks den 15de November 1942 toen wij tegen    2 uur in de middag moesten aantreden, met ongeveer dezelfde 500 man die van Soerabaja waren gekomen die tot één groep behoorde, voor den duur van deze naar onbekende bestemming leidende verplaatsing.
Daaronder waren wij met 118 Stadswachters.
Pas tegen 5 uur waren wij na veel getel en gedoe voor vertrek gereed en marcheerden wij in stroomende regen door leege straten naar S.S. Koningsplein, alwaar we in goede 3de klas wagens werden gepropt, allen met een minimum aan barang bij ons. Het duurde lang vóór wij eindelijk vertrokken naar het nabij gelegen Priok alwaar wij tegen 10 uur 's avonds in de stikke donker aankwamen. Van het S.S. Priok gingen we te voet en vrij in het gelid, je kon geen hand voor oogen zien, naar de haven. In deze toestand kon je er gemakkelijk tuuschen uit knijpen, doch niemand wist waarheen hij zich vrij zou kunnen begeven en hoe zich te verbergen, dus er liepen er geen weg. Dicht bij de haven gekomen zagen wij enkele lichtjes, die waren van een stoomboot van 2000 á 3000 ton waarheen ons einddoel leidde. 
Een steile valreep was uitgelegd van boven de railing naar de kade en op het schip van de railing naar het dok. De valreep was smal en glad en had een touw als leuning. Het was een acrobatentoer om die hindernis te nemen, doch gelukkig gebeurde er geen ongelukken. 
Op het dek aangekomen, werden wij gestuwd door vieze en smalle gangen en kwamen door een open ruim met een houten trap tot het inwendige van het schip.
Wij daalden met halsbrekende toeren, alles in het donker en zoo nu en dan beschenen door een flash licht, het ruim van het schip in en werden gestuurd in, aan de zijden van het laadruim, getimmerde kooien die je in kromme houding binnen kon. De hoogte was ongeveer 1 m. en zoo lagen er 2 boven elkaar alle plusminuss 3 à 4 m. diep. 
Die hokken waren zeer vuil en belegd met biezen matten.
Zoo goed mogelijk zochten wij een plaats en na veel passen en meten lagen wij, zeer onzacht, deels op de matten, deels op onze barang, gereed om in te slapen.
    Die nacht sliepen er weinige van ons en velen dachten met weemoed aan Java en wat daar achter bleef. Toen eindelijk tegen de morgen de zon opkwam, mochten wij gelukkig uit ons hol te voorschijn komen en werden wij gelucht, in één van de Nederland loodsen op een verdieping.
Trots wij geen tabak mee mochten nemen, rookten wij allen toen nog lustig een sigaret en kregen wij een hap te eten. Vischsoep met rijst en veel graten, gewoon onmogelijk om te verwerken, en een smaak als vuil water. Midden op dien dag kozen wij het ruime sop en hadden wij gelegenheid ons verblijf eens goed op te nemen. Het was een zeer oude schuit met vergaan ijzer- en houtwerk die had gediend om de Jappen naar Indië te brengen en waar al meerdere van onze transporten mee vervoerd waren naar Singapore en Formosa. Dit bleek uit geschreven en gekerft schrift op allerlei plaatsen.
Ook wij schreven onze namen hier en daar.

Ook in Batavia in het 10de Batiljan, waren op alle muren namen te lezen van hen die vóór ons gingen en ook wij zetten onze kongsie's daar op met de datum enz..
Onze onderbrenging was luguber, vuil, stinkend en donker, het eten was slecht.
    Steeds kregen wij vischsoep met rijst en steeds met alle graten er in. Water was bijna niet te krijgen en al de 2de dag brak dysenterie uit. Spoedig waren er vele slachtoffers en de derde dag weer erger.
    De vierde dag waren er velen, die zich niet meer konden
voortbewegen en dus niet tijdig, de op het dek getimmerde, w.c.'s konden bereiken. Het gevolg was, dat zij maar in hun eigen vuil bleven liggen, wat stank en meerder besmetting gaf.
Op de 5e dag. toen wij in Singapore aankwamen, waren er wel     50 bedpatiënten die naar het hospitaal moesten en de vorige dag was er één van ons overleden en over boord gezet.
Dat was dus een helsche reis geweest. Die nacht bleven we op de reede liggen en pas de volgende morgen stapten wij de ons welbekende kade van Singapore op. Thans echter in heel wat andere omstandigheden dan vroeger met de mailboot.
De aanblik van de haven was ook een heel andere.  De internationale bedrijvigheid was geheel verdwenen.  Geen blanke was te zien en overal Jappen en nog eens Jappen, in burger zowel als militair.
De havenloodsen hadden geleden door de oorlog. Overal zag je resten van gebouwen, auto's en vliegmachines. Ook een Hollandsch vliegtuig lag gesneuveld tegen de oever, deels in de oever verdwenen.
Op tientallen plaatsen werd aan herstel der loodsen gewerkt en vracht auto's reden aan en af met allerlei oorlogsmateriaal. Ook zagen en spraken wij eenige Engelschen en Aussies, die corvee aan de haven hadden en enkele die als chaufeur dienst deden. Wij hoorden daarvan, dat wij naar Changi gingen ; plusminus 20 km. het land in, waar duizenden geallieerde gevangenen zaten. Bij de inname van Singapore maakte de Jap alleen daar in Malakka  60.000 of 80.000 krijgsgevangenen !.
Wij wachten een halve dag op de kade en voelden ons vies en gaar, na 6 dagen in dezelfde kleeren en geen bad. In vracht-auto's met 25 man per wagen en onze barang vlogen wij         Singapore door. Wij zagen onderweg vele verwoeste wijken en honderden auto's die de buit waren van de Japs alsmede ander oorlogsmateriaal. De weg buiten de stad was prachtig geasfalteerd en natuurschoon was te genieten als op een bergweg op Java.
Na een uur zagen wij in de verte een groote gevangenis en naderbij komende ook de daar opgesloten vrouwen en kinderen van Singapore. De schrik sloeg ons allen om het hart toen wij bij de inrijpoort van de gevangenis stopten. Wij dachten allen aan de 2de Djoernatan.
Gelukkig echter reden wij toen vlug weer weg en bereikten wij een groot Area van diverse kampen. Er waren tentenkampen, loodsen en permanente gebouwen, en overal krioelden de halfnaakte krijgsgevangenen dooréén.
Op een groot plein ( Sarak Squere ) hielden wij halt en daar werden wij  ondergebracht tusschen de Aussies, die ons hartelijk ontvingen en ons 14 dagen goed te eten gaven.

    (Djoernatan is de gevangenis van Semarang.) red.

Op de bootreis Batavia Singapore oriënteerden wij ons op de windstreken en constateerden dat we Noord Oost gingen door 
Straat Karimata op Borneo aan en vervolgens Noord en daarna 
Noord West dat ons Singapore deed gissen. De boot liep volle kracht doch haalde zeker niet meer dan 8 mijl per uur en lag dikwijls stil. Iedere dag om 12 uur ongeveer kwam een vliegtuig uit het Zuiden, vermoedelijk van Batavia, cirkelde
om ons heen en verdween weer naar het Zuiden. 
De laatste dag kwam zoo'n vliegtuig uit het Noorden, vermoedelijk dus uit Singapore.
Overigens zagen wij niets. De heele zee die anders in       vredestijd aldaar om de paar uren een zeekasteel gaf te zien, was leeg.
    Wij droomden van een geallieerd oorlogschip en bevrijding, doch niets van dat was te zien.
    De mooie zee en de heerlijke zonsopgang de maan en de sterren, stemden ons evenwel toch vroolijk. Aan boord werd veel gehandeld met de Jap. Dekens en kleeren werden verkocht voor cigaretten enz..

 

===========================
Copyright: R.Derks


Creatie datum: 07/06/2017 11:38
Categorie: - Derks, H.A.T.
Pagina gelezen 4420 keren


Reacties op dit artikel

Er heeft nog niemand gereageerd.

Nieuws van den dag uit het voormalig Nederlandsch-Indië