Zoek
 
Sluiten
INDISCHE ENCYCLOPEDIE
Indopedia
INDOPEDIA
De Indische Encyclopedie
 

Index encyclopedie

Recepten, Gerechten

Djamu (Jamu) - medicinale kruiden , planten en vruchten. Ziekten & Kwalen

Indische Boekrecensies

Verhalen

Bladmuziek Krontjong

Bezoekers vanaf jun. '09

 18014443 Bezoekers

 7 Bezoekers online

rss Deze artikelen zijn ook met een RSS reader te lezen. :
https://www.indopedia.nl/data/nl-articles.xml

Beschikkingsrecht.
Onder de inheemse bevolking in de meeste streken van Ned.-Indië leeft het bewustzijn, dat de betrokken Inlandse rechtsgemeenschap bevoegd is over de gronden in haar gebied, woest of niet woest, te beschikken.
Dit beschikkingsrecht verliest min of meer zijn kracht indien de grond voor het een of ander doel gebruikt wordt, maar herleeft weer, zodra dat gebruik ophoudt.
Uit dat beschikkingsrecht zou dan voortvloeien dat de leden  van een Inlandse rechtsgemeenschap het recht hebben de daartoe behorende woeste gronden te ontginnen, (zie Ontginningsrecht), daar-
op hun vee te weiden en het zamelrecht uit te oefenen.
Over de vraag of de regering het recht heeft over de woeste gronden van een Inlandse rechtsgemeenschap te beschikken voor het instellen van bosreserves, voor uitgifte aan Europese of Inlandse landbouwers van elders, voor kolonisatie en andere nuttige doeleinden, zonder met dat beschikkingsrecht in alle opzichten rekening te houden, bestaan twee tegenovergestelde meningen. Wijlen de Leidse hoogleraar, Mr. C. van Vollenhoven en de Utrechtse hoogleraar Mr. G. J. Nolst Trénité waren daarbij de voornaamste tegenstanders.
De Indische Regering benoemde in 1928 voor de bestudering van dit vraagstuk een studiecommissie,
welke over de zaak een advies uitbracht, dat in 1930 op de Landsdrukkerij Weltevreden is verschenen. Deze ,,Agrarische commissie” sprak zich daarin uit voor een volledige erkenning van het beschikkingsrecht.
Zij werd uitvoerig bestreden in een verslag van 23 Mei 1932, uitgebracht door een door de Vereniging Indië-Nederland ingestelde commissie, die van oordeel was, dat bedoeld onder de inheemse bevolking levende bewustzijn een gevolg was van de omstandigheid, dat de Overheid wat betreft het beheer van de woeste gronden nog niet regelend was opgetreden, zodat de bevolking in belang van rust en orde dus zelf allerlei afspraken had moeten maken om elkander bij het gebruik van de beschikbare woeste gronden niet te hinderen.
Zodra de Overheid van haar recht om dat beheer te regelen zou gebruik maken, hadden die afspraken en daaruit ontstane gewoonten haar kracht verloren en de overheid behoefde
met dat beschikkingsrecht alleen rekening te houden in zover dat bij een goed bestuursbeleid paste.
Veel strijd is ook gevoerd tussen beide partijen over de vraag of de wetgevers van 1854 (Regeringsreglement) en van 1870 (agrarische wet) de bedoeling al hadden gehad dat onder de inheemse bevolking levende beschikkingsrecht te beschermen evenals de Inlandse bezitsrechten op de grond.
Van 1854 of 1870 af tot dusver is in de praktijk steeds door de regering het standpunt ingenomen, dat zij het recht had vrijelijk over de woeste domeingronden te beschikken


Creatie datum: 15/06/2017 11:47
Categorie: - B
Pagina gelezen 398 keren


Reacties op dit artikel

Er heeft nog niemand gereageerd.

Nieuws van den dag uit het voormalig Nederlandsch-Indië