Zoek
 
Sluiten
INDISCHE ENCYCLOPEDIE
Indopedia
INDOPEDIA
De Indische Encyclopedie
 

Index encyclopedie

Recepten, Gerechten

Djamu (Jamu) - medicinale kruiden , planten en vruchten. Ziekten & Kwalen

Indische Boekrecensies

Verhalen

Bladmuziek Krontjong

Bezoekers vanaf jun. '09

 17961375 Bezoekers

 40 Bezoekers online

rss Deze artikelen zijn ook met een RSS reader te lezen. :
https://www.indopedia.nl/data/nl-articles.xml

Compagnie (Oost-Indische).

Toen Jan Huygen van Linschoten in 1592, na in dienst te zijn geweest bij de Portugese aartsbisschop van Goa (Voor-Indië) in de Nederlanden was teruggekeerd schreef hij daar o.a. zijn bekend werk: Itinerario, Voyage ofte Schipvaert naar Oost ofte Portugaels Indië
Dit was – nadat reeds eerder pogingen waren gedaan Indië om de noord te bereiken - aanleiding tot de stichting van de Compagnie van Verre.
Aandeel hierin hadden o.m. de Amsterdamse predikant Plancius, de uit Antwerpen zich in het Noorden gevestigd hebbende kooplieden Balthasar de Moucheron, Isaac leMaire, Willem Usselincx en de Amsterdamsche kooplieden J. Hudde en R. Pauw.
In 1595 vertrok de eerste vloot onder Cornelis de Houtman.
Deze tocht bracht matige winst maar had een groot moreel effect.
In 1598 vertrok de tweede vloot - thans met financiële steun van de Staten van Holland - onder
Jacob van Neck.
Onderbevelhebbers waren Wybrand van Waerwijck en Jacob van Heemskerck.
Na een succesvolle tocht naar Bantam keerde Van Neck met een viertal schepen terug met de rijkste lading die men ooit had aangebracht.
De overige schepen gingen langs Java’s noordkust naar de Molukken, v. Heemskerck naar de Banda eilanden waar een kantoor werd gesticht, v. Waerwijck naar Ambon en Ternate, waar eveneens een kantoor werd gesticht.
Op de eersten tocht (onder C. de Houtman) was een factorij te Bantam gesticht.
Van Heemskerck kwam in 1599, Van Waerwijck in 1600 in Holland terug.
De tweede tocht had reusachtige winsten - meer dan 400% - opgeleverd.
Dit had tot gevolg dat tal van compagnieën werden opgericht.
Bekende vlootvoogden waren behalve de genoemde:
Steven van der Hagen, Wolfert Harmensz, Pieter Both, de gebroeders Cornelis en Frederik de
Houtman, Olivier van Noort enz.
Door de grote concurrentie werden de winsten kleiner.
Op aansporing van Prins Maurits en Oldenbarnevelt gelukte het laatstgenoemde eindelijk in 1602 de bestaande compagnieën te verenigen tot één maatschappij,
de ,,Verenigde Oost-Indische Compagnie". (V.O.C.).
Deze kreeg van de Staten-Generaal het monopolie van de handel op Oost-Indië, alsmede staatkundige en staatsrechtelijke bevoegdheden aldaar welke feitelijk souvereiniteitsrechten waren, waartegenover de oppersouvereiniteit en een zekere supervisie van de Staten-Generaal stonden.
Het bestuur werd gevormd door bewindhebbers (van de voormalige compagnieën) in de steden:
Amsterdam, Middelburg, Delft, Rotterdam, Hoorn en Enkhuizen.
Het bestuur in die steden werd Kamer genoemd, die elk voor zich schepen uitrustten.
Het aantal bewindhebbers bedroeg 60 (aanvankelijk 76).
Zij werden gekozen uit de grootaandeelhouders en werden benoemd door de
Staten van Holland, respectievelijk van Zeeland.
De bewindhebbers kregen ruime geldelijke voordelen.
Door en uit de bewindhebbers werden er 17 gekozen die de algemene leiding hadden.
Dit college heette ,,Heeren XVII”, ,,Directeuren”, of ,,Majores”.
Nu volgde een periode van vestiging en uitbreiding van de handel en daarmee van gezag.
De eerste compagniesvloot vertrok in 1605 onder Van Waerwijck, weldra gevolgd door andere onder bekwame en dappere bevelhebbers als Cornelis Matelieff de Jonge, Van der Hagen reeds genoemd, Verhoef; enz.
Factorijen werden gesticht te Bantam, Grisee, Djohor, Patan (voor de handel op China, Japan en Achter-Indië), Makassar, Jacatra, Japara, in Voor-Indië (Mazulipatnam, Soeratte, Petapoeli).
Daar de specerijen het meest winstgevend waren moesten de Molukken worden veroverd op de
Portugezen.
In 1605 werd Ambor veroverd en kort daarop een deel van Ternate.
In 1690 werd een factorij in Japan gesticht.
Dit alles bracht reusachtige winsten aan de bewindhebbers en aandeelhouders.
De kortzichtige politiek van de uitsluitend op handelswinsten beluste bewindhebbers echter was tevens de kiem van achteruitgang en ten slotte ontbinding.
De actie van de compagnie als handelslichaam bracht met zich staatkundige plichten.
De compagnie had een staat gesticht, was zelf staat geworden.
Dit zagen de machthebbers in Indië, de (latere) gouverneurs-generaal wel in en deze handelden er
ook naar, maar stuitten voortdurend op tegenwerking van de bewindhebbers.
Wel zag men in dat eenheid van beleid moest worden gebracht in Indië.
Daarom besloten Heeren XVII tot aanstelling van een gouverneur-generaal.
Tevens werd een uit 5 leden bestaande raad van Indië ingesteld, waarvan de gouv.-gen. voorzitter was.
De gouv.-gen was tevens opperbevelhebber van leger en vloot, Pieter Both was de eerste gouv.-gen., hij vestigde zich te Ambon.
Hij kreeg een door de Staten-Generaal goedgekeurde door de bewindhebbers vastgestelde Instructie (1609) mee, waarin o.m. de rechtspraak, wetgeving en uitvoerende macht regeling vonden.
Volgende Instructies waren van 1613 1617, 1632 en 1650, welke laatste bleef gelden tot de val van de compagnie.
Daarin wordt ook bepaald dat de gouv.-gen. wordt bij gestaan door raden, te samen vormend
de “Hoge Regering te Batavia”.
De raden zijn ondergeschikt aan de gouv.-gen.
Zijn bemoeiingen met de handel staan uiteraard op de voorgrond; daarin wordt hij ter zijde gestaan door de directeur-generaal, tevens de meest op de voorgrond tredende Raad van Indië.
Alle ambtenaren van de compagnie hadden handelsfuncties.
De rangen waren: assistent, onderkoopman, koopman, opperkoopman.
Uit deze laatsten werden de raden van Indië en de gouverneurs der buitengewesten gerekruteerd. Het leger had geen bepaald aangewezen bevelhebber.
Op sommige plaatsen had men schutterijen.
De marine was oorlogs-, tevens handelsvloot.
De verdere geschiedenis van de V.O.C. is tevens de geschiedenis van Indië: zij vindt behandeling in de betrekkelijke artikelen.
Op 31 dec. 1799 hield de compagnie op te bestaan.
Bij de staatsregeling voor de Bataafse Republiek van 1798 was bepaald dat de schulden en
bezittingen van de compagnie aan de Staat vervielen.
Het bestuur in het moederland kwam aan het ,,Comité tot de zaken van de O.I. handel en bezittingen".


Creatie datum: 27/07/2017 23:49
Categorie: - C
Pagina gelezen 185 keren


Reacties op dit artikel

Er heeft nog niemand gereageerd.

Nieuws van den dag uit het voormalig Nederlandsch-Indië