Zoek
 
Sluiten
INDISCHE ENCYCLOPEDIE
Indopedia
INDOPEDIA
De Indische Encyclopedie
 

Index encyclopedie

Recepten, Gerechten

Djamu (Jamu) - medicinale kruiden , planten en vruchten. Ziekten & Kwalen

Indische Boekrecensies

Verhalen

Bladmuziek Krontjong

Indische culturele agenda / kalender
Bezoekers vanaf jun. '09

 16397901 Bezoekers

 15 Bezoekers online

Schrijf u hier in voor onze nieuwsbrief.
MDHHkC
Tik de bovenstaande code:
rss Deze artikelen zijn ook met een RSS reader te lezen. :
https://www.indopedia.nl/data/nl-articles.xml

Kantjil en si Tuban

"Uit Indische verhalen door Inge Dümpel voor Indo Radio"



Kantjil liep in het bos. Hij had honger.

Waarom had hij toch niet geluisterd naar zijn vriendje Anansi, de spin. Ze hadden onderweg een kudde olifanten ontmoet en hadden een tijd met de kleine olifant gespeeld. Dat wil zeggen, Anansi had hem geplaagd door over zijn slurf te kruipen. Dat had gekriebeld en het olifantje had heel erg moeten niesen. Ja, toen vloog Anansi door de lucht en kwam op een stapel bladeren terecht.

Intussen had Kantjil de weg gevraagd aan een kaketoe die langs vloog. Hij wilde naar de plek waar zijn pleegmoeder, de buffel, met de andere buffels stond te grazen. Moest hij nu rechtdoor lopen langs de rivier of moest hij toch over de brug links af?
De kaketoe dacht dat het op beide manieren kon.
Kantjil besloot over de brug te gaan, links af en dan zo verder een tijdje langs de rivier te lopen.
Doe dat nou niet, had Anansi gezegd. Het is altijd beter de bekende weg te nemen.
Maar Kantjil luisterde al niet meer. Hij was al halverwege de brug. Anansi wilde zijn vriend Kantjil niet in de steek laten, en liep mee over de leuning van de brug.
Kantjil plaagde: Oei, een krokodil… daar linksonder…
Anansi schrok zich een hoedje.
Natuurlijk was er niets te zien.

Ze liepen… en liepen…

Het werd donker…
Nu kan Kantjil ’s nachts goed zien en hij was niet zo bang. Dus dat was het punt niet.
Maar hij kreeg honger. Hij had wel trek in wat knoppen, of blaadjes of vruchten.

Loop dan even vooruit, Anansi. Misschien vind je eerder een boom met vruchten of iets anders wat ik kan eten.

Anansi klom via een laaghangende tak omhoog in een boom en was al snel verdwenen.

Kantjil liep verder.

Plotseling hoorde hij geblaf in de verte. Hij schrok. Hij kende dat geluid wel. Dat was van een hond. Waar kwam die hond vandaan?
Kantjil zag een holle boomstam. Daarin kroop hij weg. Het geluid kwam dichterbij. Toen deed Kantjil iets, wat hij alleen deed als hij erg bang was. Hij maakte een geluid en stampte met zijn vier kleine hoeven op de grond. Dat had moeder Buffel hem niet geleerd, maar Kantjil voelde gewoon dat hij dit zo moest doen.

Dat had hij nu juist niet moeten doen. De hond had met zijn scherpe oren alles gehoord en rende naar de plek waar Kantjil zich verborgen hield.

Achter hem kwam een meisje aanrennen en achter het meisje kwam haar vader.

Blijf staan! Straks trap je op een slang!, (riep hij)

Toen hij nog dichterbij kwam, zag hij Kantjil, een beetje verborgen in de holle boomstam.
Hij zat doodstil. Hij durfde niet weg te lopen. De hond zou hem vangen en dan… Kantjil rilde. Anansi, waar was Anansi?

Een Kantjil… mag ik hem meenemen naar huis?, vroeg het meisje.

De vader aarzelde even. Toen zei hij:

Nou, vooruit, maar je moet er zelf voor zorgen!

Het meisje nam Kantjil op en liep met haar vader en de hond naar huis.

Tuban, je moet lief zijn voor Kantjil, hoor je. Hij is zo klein.

Aha, dus de hond heette Tuban.

Thuis pakte de vader een oude ronde kippenren van bamboe, waar ze gewoonlijk een kloek met haar kuikens onder gevangen hielden, om de kuikens te beschermen.
Maar de kuikens waren al groot, en de ren was niet meer nodig.

Daar zat Kantjil nu, gevangen onder de oude ronde kippenren van bamboe. Hij had fris water gekregen, jonge blaadjes en wat vruchten. Hij had ervan gegeten, omdat hij zo ’n honger had. Slaap had hij niet. Hij dacht na.

Hoe kom ik hier weg. Ik ga echt niet mijn hele leven in zo ’n oude kippenren wonen, (dacht Kantjil)

Maar hoe moest hij het aanpakken. Oh, hij had nu al een hekel aan die vervelende Tuban die regelmatig langsliep. Hij kwispelde dan met zijn staart en zei:

Hoe gaat het daar in de kippenren, Kantjil?

En dan liep hij blaffend weg. Hij was een beetje jaloers op Kantjil, want het meisje was vaak bij dat kleine beest onder de kippenren te vinden. Kon hij maar iets verzinnen… Kantjil moest weg!

En Kantjil? Die dacht nog steeds na. Hoe kon hij ontsnappen… Waar was Anansi toch? Plotseling hoorde Kantjil:

Psst…psst… Kantjil, ik ben het, Anansi. Hier, boven je.

Kantjil sprong op, maar Anansi zei dat hij niets moest laten merken.

Luister, ik heb een plan. Je moet Tuban roepen… en dan …

Kantjil had wel rond willen springen. Ja, dat was een geweldig plan!

Tuban… Tuban…, (riep Kantjil vriendelijk)

Verbaasd kwam Tuban er aanrennen. Anansi wachtte hem op. Hij hing aan een spinnendraad aan een blad van een moerbeiboom.
Kantjil wil je iets vertellen, zei hij. Alleen aan jou.
Tuban voelde zich vereerd en liep naar Kantjil in de oude ronde kippenren.

Tuban, luister eens, heeft het meisje jou verteld dat zij en de hele familie gaan verhuizen? Nee…?? Nou, dat heeft ze mij wel verteld. Ze is erg bang dat ik weg zal lopen en daarom heeft zij mij hieronder gezet. Ze wil mij meenemen. Maar ik wil niet weg uit dit bos. Iedereen kent mij hier.
Kun jij mij niet helpen? Jij bent zo sterk… jij kunt met gemak deze kippenren omgooien… zo… met je snuit. En dan kan ik weg.

Ik zal meteen naar de Leeuw, de koning van de dieren gaan. Ik zal hem vertellen dat jij mij hebt bevrijd.
De Leeuw, de koning der dieren, zal jou belonen.
Je krijgt dan voortaan elke dag vers vlees.
En… je krijgt een lintje.

Tuban wist niet wat hij hoorde. Vooral dat laatste vond hij geweldig! Hij zou de eerste hond zijn die een lintje kreeg.

Hij duwde net zo lang met zijn snuit tot de kippenren omviel.
Kantjil rende eronderuit. Anansi wachtte hem al op bij een struik.

Tuban blafte hem na:

Bedankt Kantjil. En doe mijn groeten aan de Leeuw, de koning van de dieren.

Op dat geblaf kwam het meisje naar buiten. Ze zag de omgekeerde kippenren en zag dat Kantjil was verdwenen.
Wat was ze boos op Tuban. Het hielp niets of hij al zei dat hij een lintje kreeg en elke dag vers vlees.

En jij gelooft Kantjil? Wat ben jij tolol, een domoor, Tuban!

En Kantjil en Anansi?

Die verdwenen snel in het bos.

Copyright Inge Dümpel


Creatie datum: 12/12/2016 08:09
Categorie: - Inge Dumpel
Pagina gelezen 2160 keren


Reacties op dit artikel

Er heeft nog niemand gereageerd.

Nieuws van den dag uit het voormalig Nederlandsch-Indië