Zoek
 
Sluiten
INDISCHE ENCYCLOPEDIE
Indopedia
INDOPEDIA
De Indische Encyclopedie
 

Index encyclopedie

Tel. / adres boeken

Recepten, Gerechten

Djamu (Jamu) - medicinale kruiden , planten en vruchten. Ziekten & Kwalen

Indische Boekrecensies

Verhalen

Bladmuziek Krontjong

Bezoekers vanaf jun. '09

 18355768 Bezoekers

 11 Bezoekers online

Indische culturele agenda / kalender
rss Deze artikelen zijn ook met een RSS reader te lezen. :
https://www.indopedia.nl/data/nl-articles.xml

Klimaat.

Het klimaat van de Indische archipel is absoluut tropisch, d.w.z. dat het zich in de vlakten kenmerkt door grote regenval, grote vochtigheid, hoge temperatuur en zwakke winden.
Door de ligging tussen de vastelandsgebieden van Azië en Australië heersen er de met het jaargetijde wisselende winden, de moessons, die zich in het noordelijk deel minder, in het zuidelijk deel meer doen gelden.
Plaatselijke verschillen spelen hier een veel grotere rol dan in de gematigde luchtstreek, nog geaccentueerd door de hoge bergketens van de eilanden waardoor de regenval wordt beïnvloed door de windrichting. Overigens kenmerkt het weer zich door grote gelijkmatigheid.
Bekend zijn de geweldige tropische plasregens welke in de regel in de namiddag losbreken, waarop een stille frisse nacht de drukkende hitte van den dag vergoedt.
Groot verschil in temperatuur met de vlakte biedt het bergklimaat, in verschillende streken in enkele uren per auto merkbaar.
De temperatuur is op hooggelegen plaatsen van dezelfde hoogte lang niet overal gelijk.
Bedraagt de temperatuur afname voor sommige streken (Java) 5½° a 6° C. per 1000m., elders is dit verschil 1,8° a 2° C. (Sum. w.k.).
In de bergstreken zijn de regens veelal minder intensief maar vallen daarentegen vaker dan in de vlakte.
De vochtigheid is er ook veel wisselvalliger, zodat soms plotseling een koude vochtige nevel de heldere warme zonneschijn vervangt.
De moessons of passaten zijn de uit het noorden en het zuiden komende luchtstromen, die door de wenteling van de aarde om haar as n.o. en z.o. winden worden.
In het jaargetijde waarin de zon zich boven het zuidelijk halfrond bevindt ontstaat boven de N.-Australische woestijnen door de sterke verhitting een opwaartse luchtstroom, waardoor op het zuidelijk halfrond de z.o. passaat wordt verdrongen door de n.w. moesson, terwijl de n.o. passaat op het noordelijk halfrond over de evenaar wordt gezogen en overgaat in den n.w. moesson.
Hetzelfde gebeurt op het vasteland van Azië tijdens de noorder declinatie van de zon, waardoor de n.o. passaat ten noorden van de evenaar wordt verdrongen door de z.w. moesson, een voortzetting van den z.o. passaat aan de andere zijde van den evenaar.
We hebben dus beurtelings ten noorden en ten zuiden van de evenaar respectievelijk de z.w. en z.o. en de n.o.— n.w. moesson.
De wisseling van de moessons geschiedt in het algemeen in april en in november, met een overgangstijdperk van enige maanden, de kentering geheten, zich kenmerkend door onbestendig en drukkend weer, vergezeld gaande van onweer.
Ook hierbij doen zich plaatselijke verschillen gelden.
In het zuidelijk deel van de archipel staat de z.o. moesson reeds in april door, in het noordelijk deel echter krijgen de zuidelijke winden pas in mei de overhand.
In het natte jaargetijde is de lucht helder, in het droge nevelig.
Aan de kusten en in de bergen door de temperatuurverschillen de land- en zeewinden en de berg- en dalwinden.
De koudere landwind en de dito bergwind waait ’s nachts en ’s avonds, de zeewind en de minder merkbare dalwind overdag.
Zijn de temperatuurverschillen het gehele jaar door gering, het verschil tussen de dag- en de nachttemperatuur is vrij groot.
Nachtvorst komt voor in hoge dalkommen en op hoogvlakten.
Op Java o.a. op de hoogvlakte van Pengalengan, het Diëng- en het
Jang-plateau, in de zandzee op de Těnggěr en op het noordelijk. deel van het Idjèn-plateau.
Op Sumatra, waar geen bepaalde droge periode heerst, vriest het niet.
In de archipel is de regenval zeer groot, groter waarschijnlijk dan overal elders in zo’n uitgestrekt gebied.
Is een regenval van minder dan 1m. per jaar hoge uitzondering, meer dan
2m. regen valt over grote uitgestrektheid.
Meer dan 3m. regen valt in het bergland van West-en Midden-Java en op sommige berghellingen van Oost-Java, in de Padangse en Palembangse Bovenlanden, aan de noordkust van Bangka en Billiton en in verschillende
streken van Borneo, Celebes en de Molukken.
Bergland stimuleert in sterke mate de regenval.
De invloed van de bebossing is veel geringer.
Wel is de invloed van woudrijke streken groot op de afvloeiing van het regenwater, echter gering op de regenval zelf.


Creatie datum: 04/11/2019 15:46
Categorie: - K
Pagina gelezen 319 keren


Reacties op dit artikel

Er heeft nog niemand gereageerd.

Nieuws van den dag uit het voormalig Nederlandsch-Indië