Zoek
 
Sluiten
INDISCHE ENCYCLOPEDIE
Indopedia
INDOPEDIA
De Indische Encyclopedie
 

Index encyclopedie

Tel. / adres boeken

Recepten, Gerechten

Djamu (Jamu) - medicinale kruiden , planten en vruchten. Ziekten & Kwalen

Indische Boekrecensies

Verhalen

Bladmuziek Krontjong

Bezoekers vanaf jun. '09

 18151454 Bezoekers

 12 Bezoekers online

rss Deze artikelen zijn ook met een RSS reader te lezen. :
https://www.indopedia.nl/data/nl-articles.xml

Papoea’s.

De inboorlingen van Nieuw-Guinee en omliggende eilanden worden door de omwonende Inlanders Papoea’s genoemd, hoewel ze zowel in uiterlijk voorkomen als in zeden en gewoonten, maar vooral in de taal onderling zeer verschillen.
De herkomst van de naam Papoea is onbekend (behalve dan het verhaal dat het een samentrekking is van het Maleise(?) „poea-poea”, wat „kroesharig” zou betekenen).
Ook de oorsprong van het Papoese ras - gesteld dat het inderdaad één ras is - is onbekend.
Bijna algemeen zijn zij kroesharig.
In onze kennis van de zeer talrijke Papoese stammen zijn nog tal van hiaten.
Hiermee dient rekening te worden gehouden bij de gebruikelijke onderscheiding in vijf gebieden (zie ook onder Nieuw-Guinee).
Ook is het duidelijk dat niet alle Papoea’s raszuiver zijn; de omliggende volkeren hebben hun invloed ook op de Papoea’s uitgeoefend en uiteraard meer op die van de nabijgelegen kustgebieden.
De oorspronkelijke Papoea’s vindt men ook hier meer in de binnenlanden.
Aan de noordkust heeft de Ternataanse invloed zich doen gelden, aan de west- en zuidkust nog sterker die van Ceram.
Als grens tussen de Indonesische en Melanesische beschavingsgebieden kan men de Mamberamorivier aannemen.
De eilanden ten noordwesten van Nieuw-Guinee, waarvan de voornaamste zijn Waigeo, Batanta, Salawati en Misoöl alsmede het daaraan grenzende kustgebied stonden onder suprematie van Tidore.
In 1905 stond de sultan van Tidore zijn rechten op Nieuw-Guinee af aan het gouvernement.
In het even genoemde gebied waar de inheemse bevolking sterk is vermengd met Tidorezen, Cerammers, Makassaren, Boeginezen, is het kenmerkende Papoeatype (wollig kroeshaar) het minst te onderkennen.
Niettemin zijn de toestanden er nog primitief.
Onder de Papoea’s in het westen van de z.g. Vogelkop zijn nog koppensnellende stammen.
Dit geschiedt hetzij uit weerwraak, hetzij om een vrouw te verdienen (hiervoor zijn twee gesnelde koppen nodig).
Zij zijn echter geen menseneters.
De huizen staan op palen.
De kleding is in het algemeen de schaamgordel van boomschors. Het hoofdvoedsel is sagoe.
Zij verzamelen vogelhuiden en vissen schildpad en tripang.
Hun wapen is pijl en boog, bamboelansen en bijl.
Zij zijn onzindelijk en lijden veelal aan huidziekten.
In het overige gedeelte ten westen van de lijn Manokwari-Argoenibaai wonen eveneens verschillende stammen, waaronder grote liefhebbers van mensenvlees.
Maaltijden van mensenvlees gaan gepaard met drinkgelagen van sagoweer. Andere, weer dieper in het gebergte, zijn landbouwers, verbouwen groenten en tabak; zelfs verbouwt een enkele stam er rijst op droge gronden.
Ook hier is bij de mannen de kleding de tjawat; de vrouwen dragen bij sommige stammen daarenboven een sarong.
De bevolking van Bira (aan de noordelijke monding van de Mac Cluer baai) heet te bestaan uit vermetele koppensnellers, die het vlees van de nog levende gevangenen afsnijden en daarna eten.
In het binnenland van het zuidelijke schiereiland (namelijk tussen de Mac Cluer Baai en de Argoeni Baai) is ook een koppensnellende stam.
Al deze Papoea’s zijn heidenen.
De inboorlingen van de Karaseilanden zijn Mohammedanen.
De bevolking langs de zuidkust van de Argoenibaai tot de oostgrens is dun gezaaid.
De Papoea’s van Kaimana (aan de oostkust van de monding van genoemde baai) zijn koppensnellers.
De gesnelde koppen worden geprepareerd.
Op de zuidelijke hellingen van het Nassaugebergte wonen dwergstammen, die tabak verbouwen (zie ook Pygmeeën) en deze ook verkopen aan de Papoea’s in de vlakte.
(Aan de noordkant van dit gebergte, aan de bovenloop van de Swartrivier - een zijrivier van de Van der Willigen-rivier - woont op 1000 m. hoogte ook een dwergstam die vaste woonplaatsen heeft, landbouw drijft en huisdieren houdt, dus een zekere graad van beschaving heeft).
Zij dragen de penis in een schaamkoker.
Hun kleding bestaat overigens - zowel van mannen als van vrouwen - uit de schaamgordel.
Aan de Digoelrivier en haar zijrivieren zijn vrij veel nederzettingen van Papoea’s.
Vreemden zijn zij vijandig gezind.
De Papoea’s van de zuidkust van Straat Prinses Marianne tot de
Nederlands-Australische grens behoren tot één stam, de „Marindë-anim”, hetgeen bij elkaar behorend betekent.
Vreemdelingen noemen hen Kaja-kaja (zie aldaar).
Deze streek is betrekkelijk dicht bevolkt.
De snelle uitbreiding van geslachtsziekten onder dit volkje, immorele seksuele gewoonten, malaria en koppensnellen zullen kunnen leiden tot uitsterven.
De mannen dragen om het middel een band van rottan en aan het uiteinde van de penis een dopje van hout of een schelp of kleine halve klapperdop. De vrouwen dragen een schaamgordel.
De kampongs zijn vrij zindelijk.
Deze Papoea’s drijven landbouw en zijn vaardige prauwenmakers.
De bewoners van de Schouteneilanden in de Geelvinkbaai noemt men Noemforen (zie Nieuw-Guinee sub IV).
Hier heerst nog slavernij.
Van sagoweer wordt veel misbruik gemaakt.
De Noemfoer is lui.
De Papoea’s aan de Baai van Wandamen verschillen weinig van de Noemforen.
Hun naaste oostelijke buren ontvangen liever geld dan andere
ruilartikelen, omdat zij veel met handelaren in aanraking komen.
De Papoea’s aan de oostkust van de Geelvinkbaai staan veel lager in beschaving.
Hier heerst nog volkomen anarchie.
Roof en moord zijn aan de orde van de dag.
Slavernij heerst er uiteraard ook; slaven die niet voor de arbeid deugen worden doodgemarteld.
Gedurende de tijd dat de slaven niet werken worden zij, ter voorkoming van ontvluchting, veelal met handen en voeten in een blok gezet.
Door misbruik van sagoweer is ’s avonds nagenoeg iedereen beschonken. Rooftochten worden ondernomen in prauwen; de slachtoffers worden gedood of als slaaf meegevoerd.

De Papoea’s van Kaap d’Urville tot de Australische grens.
Verschillende stammen in dit gebied hebben velerlei overeenkomst, ook in de taal.
Naarmate men oostelijker komt worden de verschillen groter.
Het hoofdvoedsel is algemeen sagoe.
Sommige stammen drijven ladangbouw.
De kleding bestaat vrij algemeen uit de schaamgordel van rottan.
De Papoea’s aan den bovenloop van de Idenburgrivier lopen geheel naakt, evenals vrij algemeen die aan het Sentanimeer, althans de mannen.
De vrouwen dragen rokjes van plantenvezels.
De Papoea’s van de Idenburgrivier zijn in tegenstelling met de overige, vrij zindelijk.
De Papoea’s van de bij de kust liggende eilanden zijn koppensnellers.
De Papoea’s van Tanah Merah (ten westen van het Sentanimeer) zijn wat meer beschaafd dan de andere stammen.
Zij drijven handel en spreken daardoor wat Maleis en besteden wat meer zorg aan de tuinbouw.
De omgeving van het Sentanimeer (ten zuidwesten van de Humboldtbaai) is het dichtstbevolkte gebied.
Niettemin is de bevolking er nog zeer onbeschaafd.
Zij kennen het recht van de eerste nacht, in die zin dat die nacht de bruid ter beschikking staat van alle mannen van de nederzetting van de bruidegom.

Alle Papoea’s sieren zich op met schelpen, kralen, staafjes,
kasuaris-pennen, vruchtenpitten, enz.
Daartoe worden neusvleugels, oorlellen en oorschelpen doorboord; in de openingen wordt dan het sieraad gestopt. Ook van de haartooi wordt veel werk gemaakt.
Tatoeëring en verminking heeft veelal plaats.
Merkwaardig is de gewoonte van sommige stammen zich door afsnoering van een of meer vingerleden te ontdoen. De reden hiervan is niet bekend.


Creatie datum: 20/01/2021 10:37
Categorie: Index encyclopedie - P
Pagina gelezen 21 keren


Reacties op dit artikel

Er heeft nog niemand gereageerd.

Nieuws van den dag uit het voormalig Nederlandsch-Indië